In deze paragraaf betekent:
(Erfgoed)collecties: Verzamelingen van objecten, documenten of verhalen met historische, maatschappelijke en/of culturele betekenis. Ze vormen de basis voor behoud, onderzoek, presentatie en educatie.
(Erfgoed)educatie: voorlichting geven over het verleden aan de hand van het cultureel erfgoed. Educatieve activiteiten die kennis en begrip over erfgoed overdragen aan diverse doelgroepen zoals inwoners, bezoekers en scholieren. Gericht op bewustwording, overdracht van verhalen en begrip van het verleden. Kan plaatsvinden via lessen, rondleidingen, workshops of publieksactiviteiten.
Erfgoedorganisaties: organisaties die het cultureel erfgoed als hun aandachtsgebied beschouwen. Cultureel erfgoed omvat die materiële, immateriële, zichtbare en onzichtbare overblijfselen van onze maatschappelijke ontwikkeling, die burgemeester en wethouders waardevol vinden voor ons gemeenschappelijke geheugen en onze identiteit;
Immaterieel erfgoed: niet-tastbaar erfgoed. Erfgoed dat in de hoofden, harten en handen van mensen zit die deze praktijken beleven, belichamen of willen doorgeven. Denk hierbij aan dans, rituelen, ambachten, of culinaire tradities. Kleinschalige routes: verschillende korte thematische wandel- en fietsroutes binnen je eigen wijk of buurt.
Materieel erfgoed: de combinatie van roerend en onroerend erfgoed. Onroerend erfgoed omvat onverplaatsbare elementen, zoals landschappen, monumenten en waardevolle gebouwen en archeologische sites. Roerend erfgoed omvat verplaatsbare elementen, zoals objecten, gebruiksvoorwerpen, schilderijen, meubelstukken, documenten, foto’s.
Hoofdstuk 15 › Paragraaf 15.
Artikel 15:5
Betekenissen
Onderdeel van Algemene subsidieregeling gemeente Breda 2027