Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Delegatie omgevingsplanwijziging voor onderhoud van het omgevingsplan

Onderdeel van Delegatiebesluit Omgevingswet gemeente Utrecht

De bevoegdheid om een wijziging van het omgevingsplan vast te stellen op grond van artikel 2.8 van de Omgevingswet wordt gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders in de volgende gevallen en onder de voorwaarden die in artikel 3 staan: de wijziging zet een regeling over van het tijdelijke deel van het omgevingsplan of uit hoofdstuk 22 van het omgevingsplan; de wijziging zet een regeling over van een TAM-omgevingsplan; de wijziging zet een regeling over van een ontwikkelfunctie uit hoofdstuk 3 van het omgevingsplan; de wijziging zet een regeling over van een verordening; de wijziging voert artikel 4.17 van de wet uit door een onherroepelijke omgevingsvergunning voor een voortdurende buitenplanse omgevingsplanactiviteit in overeenstemming te brengen met het omgevingsplan; de wijziging verwerkt een uitspraak van de rechter in het omgevingsplan; de wijziging neemt een regeling in het omgevingsplan op die op grond van een instructieregel van het Rijk of van de provincie verplicht is en waarbij de gemeente geen beleidsvrijheid heeft om de inhoud van de regeling te bepalen; de wijziging herstelt en verbetert kennelijke fouten in een regeling; de wijziging verwerkt inzichten uit nieuw onderzoek naar archeologie in de werkingsgebieden van archeologische waarden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel