Naar hoofdinhoud

H 4. › Paragraaf 4.6

Artikel 4.7

in de verordening

Onderdeel van Uitvoeringbesluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Son en Breugel 2026

Om misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet te voorkomen zal het CMD niet in alle gevallen direct over kunnen (of willen) gaan tot het herzien of intrekken van het besluit. Het CMD kan de SVB verzoeken om de betaling van het pgb voor maximaal 13 weken op te schorten. Het gaat om situaties waarin het CMD het pgb heeft toegekend, al heeft uitbetaald aan de SVB en er aanleiding is om de SVB te verzoeken eventuele declaraties (nog) niet uit te betalen. Daarvoor moet het CMD een gegrond vermoeden hebben. Dat wil zeggen er moet een aanwijzing (of meerdere) zijn om tenminste de conclusie te kunnen trekken dat er sprake kan zijn van het niet of onvoldoende voldoen aan verplichtingen die voortvloeien uit art. 2.3.10 lid 1 onder a, d of e Wmo 2015. Die aanwijzingen kunnen betrekking hebben op de budgethouder maar ook op de derde (of daaraan gelieerde rechtspersoon). Gedurende de termijn van opschorting voert het CMD en/of de toezichthoudende ambtenaar een onderzoek uit naar het gegronde vermoeden. Voorbeelden van een gegrond vermoeden zijn: Een door de SVB, op arbeidsrechtelijke aspecten, geaccordeerde overeenkomst die afwijkt van bijvoorbeeld het pgb-plan. Het college geeft dan geen akkoord voor de overeenkomst; Een concrete tip of signaal die het CMD heeft ontvangen; Onduidelijkheid over de rechtmatigheid bij bijvoorbeeld de heroverweging van een besluit, de tussentijdse evaluatie of een verzoek om verlenging (herindicatie); Een (plotselinge) toename van het aantal cliënten waar een derde ondersteuning aan biedt die qua omvang een 40-urige werkweek overschrijdt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel