Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Toetsingskader

Onderdeel van Beleidsregels pré-mantelzorgwoningen gemeente Woudenberg

3.1 Bewoners Bij de beoordeling van een aanvraag voor een pré-mantelzorgwoning beoordelen wij de volgende aspecten: De pré-mantelzorgwoning wordt bewoond door maximaal twee personen. Er heeft een gesprek plaatsgevonden tussen de aanvrager(s) en Coöperatie De Kleine Schans. Uit de door de aanvrager ondertekende rapportage blijkt dat gesproken is over de verwachte zorgvraag en de benodigde voorzieningen en aanpassingen in de woning. Daarnaast bevat de rapportage een intentieverklaring van de toekomstige zorgverleners dat zij mantelzorg zullen verlenen zolang dat nodig is. Er is een duurzame sociale relatie tussen de bewoner(s) van de pré-mantelzorgwoning en de bewoner(s) van de hoofdwoning op het perceel. Een van de bewoners is de toekomstige zorgverlener. De toekomstige mantelzorgontvanger heeft een leeftijd van ten minste 75 jaar. Indien een pré-mantelzorgontvanger jonger is dan 75 jaar, maken burgemeester en wethouders uit de rapportage (zoals bedoeld in artikel 3.1, sub 2) op dat het aannemelijk is dat de voortschrijdende aandoening of beperking binnen 10 jaar tot een mantelzorgbehoefte leidt. Indien volgens burgemeester en wethouders uit de rapportage (zoals bedoeld in artikel 3.1, sub 2) onvoldoende blijkt dat er sprake is van een voortschrijdende aandoening of beperking die binnen 10 jaar tot een mantelzorgbehoefte leidt, kan het college de aanvrager(s) vragen om een medische indicatie te overleggen of een onafhankelijk bureau inschakelen voor een sociaal-medische keuring ter onderbouwing van de toekomstige mantelzorgbehoefte. De externe kosten voor het uitvoeren van de keuring vallen ten laste van de aanvrager. De bewoners worden op het adres van de pré-mantelzorgwoning ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP). Uit een schriftelijke intentieverklaring van de bewoners van dit adres blijkt dat door de toekomstige zorgverleners mantelzorg aan hen zal worden verleend zodra en zolang dat nodig is. Daarnaast wordt deze verklaring door alle, op het moment van aanvraag, meerderjarige bewoners ondertekend waarmee zij aangeven in te stemmen met de pré-mantelzorgwoning. Met deze verklaring wordt de sociale relatie tussen de bewoners van de hoofdwoning en de pré-mantelzorgwoning aangetoond. 3.2 Gebouw Bij de beoordeling van een aanvraag voor een pré-mantelzorgwoning beoordelen wij de volgende aspecten: Afwijking voor een pré-mantelzorgwoning wordt slechts verleend als zelfstandige wooneenheid bij een (bedrijfs-)woning die krachtens het geldende omgevingsplan is toegestaan en ook feitelijk aanwezig is en als zodanig wordt gebruikt. Er wordt geen vergunning verleend bij een recreatiewoning of tijdelijke woning. Het moet minimaal om een nultreden-woning gaan en passend bij de zorgbehoefte op termijn. De pré-mantelzorgwoning moet voorzieningen en een indeling hebben waarvan verwacht mag worden dat deze nodig zijn bij de levensfase en/of ziektebeeld van de bewoners. Om voor de toekomst duidelijk te houden dat het een tijdelijke situatie betreft zal een eigen tijdelijk huisnummer worden toegekend. Een pré-mantelzorgwoning dient te voldoen aan de bepalingen uit het vigerende Besluit bouwwerken leefomgeving ten aanzien van permanente gebouwen danwel woonunit. De pré-mantelzorgwoning moet worden geplaatst op de gronden die horen bij de bestaande hoofdwoning van de toekomstige zorgverlener of toekomstige zorgontvanger. Per hoofdwoning is maximaal één mantelzorgwoning of pré-mantelzorgwoning toegestaan. Indien reeds een mantelzorgwoning aanwezig is, kan geen pré-mantelzorgwoning worden gerealiseerd, en omgekeerd. Dit houdt in dat de tijdelijke vergunning voor een pré-mantelzorgwoning op een perceel zal worden ingetrokken op het moment dat op het perceel een vergunningvrije mantelzorgwoning wordt gerealiseerd. Er mogen geen milieubelemmeringen aanwezig zijn ten aanzien van het plaatsen van de pré-mantelzorgwoning, alsook ten aanzien van de situering hiervan. Ook de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven mag niet worden beperkt. Het gebruik van de pré-mantelzorgwoning mag niet leiden tot onevenredige overlast voor de openbare veiligheid, de openbare gezondheid, het woonmilieu, onevenredige afbreuk doen aan het (woon)karakter van de wijk of buurt en/of onevenredig afbreuk doen aan erfgoedwaarden, waardoor geen sprake is van een veilige fysieke leefomgeving en/of een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Een vergunning wordt slechts verleend als voldoende parkeerruimte op eigen terrein aanwezig is. Het mag geen reguliere woningsplitsing of andersoortige toevoeging van een zelfstandige woonruimte betreffen, zoals particuliere verhuur. Gebouw Als de pré-mantelzorgwoning wordt gerealiseerd als een woonunit wordt aangesloten bij de voorwaarden zoals deze worden gesteld bij een mantelzorgwoning (Woudenberg, 2025): De oppervlakte in gebruik voor een pré-mantelzorgwoning bedraagt maximaal 80 m² binnen de bebouwingscontour en maximaal 100 m2 buiten de bebouwingscontour, met dien verstande dat bij permanente bebouwing de maximale oppervlakte zoals opgenomen in het omgevingsplan niet mag worden overschreden; De maximale goot- en bouwhoogte van de pré-mantelzorgwoning is gelijk aan de in het geldende omgevingsplan opgenomen maten; Een tijdelijke woonunit wordt geplaatst aan de achterzijde of zijgevel van de bestaande (bedrijfs-)woning, waarbij plaatsing aan de zijgevel slechts is toegestaan als de afstand tot de voorgevelrooilijn ten minste 3 meter bedraagt en 2 meter uit de perceelgrens met derden; Er is geen sprake van pré-mantelzorg bij recreatiewoningen of tijdelijke woningen; Binnen 3 maanden na beëindiging van de pré-mantelzorg wordt de aangebrachte woonvoorziening verwijderd dan wel dient de woonunit verwijderd te worden. Daarbij dient het maximale oppervlak aan bijbehorende bouwwerken overeenkomstig te zijn wat mogelijk is volgens het geldende omgevingsplan, dan wel wat mogelijk is via een afwijking mogelijk is op basis van een omgevingsvergunning. 3.3 Participatietraject Bij het aanvragen van een pré-mantelzorgwoning op eigen terrein verwachten we dat de aanvragers eerst in gesprek gaan met hun directe omgeving, zoals beschreven in de Participatiewijzer van de gemeente Woudenberg. Dit betekent dat de aanvragers hun buren en andere betrokkenen tijdig informeren over hun plannen en actief luisteren naar hun mening en eventuele zorgen. Hiervan wordt een verslag gemaakt, dat bij de aanvraag ingediend wordt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel