Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.4

Artikel 5.4.10

Ratelaars

Onderdeel van Beleidsregel natuurinclusief bouwen

Ratelaars zijn opmerkelijke plantensoorten. Niet alleen komen er veel insectensoorten af op de bloeiende gele bloemen en kunnen ze hele grasvelden of bermen massaal geel kleuren als ze bloeien. De soorten staan vooral bekend als halfparasiet. Dat houdt in dat ratelaars zich voeden via de wortels van andere planten, in dit geval vaak de wortels van grassen. Hierdoor zorgen ratelaars ervoor dat de grassen minder dominant worden en andere soorten bloemen de kans krijgen te bloeien. In Gouda zijn drie soorten ratelaars vastgesteld (al dan niet door mensen ingezaaid), namelijk de grote, kleine en harige ratelaar. Vestiging: groeien op open en matig voedselrijke, vrij zure en vochtige grond. Gebruik bij nieuw aangelegde gebieden en ophogingen dus geen voedselrijke, “vette” aarde, maar een mix van zand en grond. Komt in Gouda veel voor in wegbermen en velden waar het beheer speciaal op deze soort in gericht. Juist beheer is belangrijk, want ratelaars zijn eenjarige planten. Maai daarom pas nadat de zaden zijn afgezet (juli-september), anders kunnen de zaden niet kiemen en kan de soort verdwijnen. Geschikte natuurinclusieve maatregelen: Vestiging Beheermaatregelen: Maaien na zaadafzetting Winter open grond, dus maaien voor de winter Redelijk verarmde grond Mix van zand en grond (geen te voedselrijke teelgrond) Andere soorten die profiteren van deze maatregelen: andere (nectarrijke) kruiden profiteren van bijzondere eigenschappen van de ratelaar. In Gouda staan vaak orchideeën in de bermen waar ratelaars bloeien. De kruidenrijke bermen en graslanden trekken weer veel insecten, zoals sprinkhanen en krekels, het icarusblauwtje en de kleine vos.

Rechtspraak bij dit artikel