Zeer algemene bijensoort van de familie metselbijen. Metselbijen broeden solitair, in tegenstelling tot veel andere soorten bijen en wespen. De rosse metselbij komt voor in natuurlijke landschappen, maar ook veelvuldig in stedelijk gebied. Hier bezoeken ze tuinen, parken en andere groengebieden. Ze zijn niet gevaarlijk voor mensen, want ze kunnen niet steken en zijn niet agressief. De rosse metselbij is vrij vroeg in het jaar actief, ongeveer van maart tot begin juni.
Voortplanting: plant zich voort in kleine holen van hout of steen. Dit kunnen kleine gaatjes in stenen muren zijn, holle plantenstengels of gaten in hout. Rosse metselbijen maken ook veel gebruik van insectenhotels.
Voedsel: bestuiver. Favoriete plantensoorten zijn longkruid, aalbes en kruisbes. Echter niet heel kieskeurig, bezoekt ook vele andere plantensoorten. Zorg er daarom voor dat er altijd bloeiende planten aanwezig zijn (lange bloeiboog).
Verbinding: verbind potentieel geschikte gebieden zoveel mogelijk met elkaar, bijvoorbeeld via bloemenrijke bermen.
Geschikte natuurinclusieve maatregelen:
Voortplanting
Insectenhotel gemaakt van permanente materialen (dus niet van hout, want gaan niet lang mee)
Voortplanting
Insectenstenen
Voortplanting
Dood hout of stapels stenen
Voedsel
Bloemrijke graslanden of bermen
Voedsel
Groen dak met grassen en bloemrijke kruiden (en eventueel struiken)
Voedsel
Geveltuin
Voedsel
(Inheemse) bomen of struiken (minstens 2-3m hoog) met bloemen
Verbinding
Verbind plangebied met omgeving
Andere soorten die profiteren van deze maatregelen: vele andere soorten bijen, hommels, zweefvliegen en sprinkhanen.
Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.4
Artikel 5.4.12
Rosse metselbij
Onderdeel van Beleidsregel natuurinclusief bouwen