De algemeenste vleermuissoort in Nederland. Overdag rusten gewone dwergvleermuizen in spleten en gaten in gebouwen. Door hun geringe grootte kunnen ze zelfs de kleinste gaatjes bewonen. In de schemer verlaten ze hun slaapplaatsen om te gaan jagen. Met behulp van echolocatie (sonar) verplaatsen ze zich door het landschap en lokaliseren ze hun prooi.
Voortplanting: vleermuizen zijn tamelijk plaatstrouw. Ze gebruiken een netwerk van verblijfplaatsen en stellen verschillende eisen aan elk type verblijfplaats. Er bestaan verschillende soorten nestkasten om in te bouwen in gebouwen. Andere mogelijkheden om vleermuizen een plek te geven, is het toegankelijk maken van de spouwmuur. Ook bestaan er paalkasten.
Voedsel: insecteneter, vooral muggen en andere kleine vliegende insecten. Een enkele vleermuis vangt gemiddeld honderden insecten per nacht. Ze jagen bij voorkeur langs de randen en in de beschutting van opgaande vegetatie, o.a. in parken, groene tuinen en groepjes bomen, en bij water.
Verbinding: bewegen zich door het landschap via groenstructuren, zoals bomenlanen. Bij het onderbreken van bestaande groenstructuren (die als vliegroute dienen) kunnen de dieren gedesoriënteerd raken.
Veiligheid: vleermuizen zijn zeer gevoelig voor verlichting. Richt de verlichting in het projectplan daarom weg van de vegetatie en weg van de voortplantingslocaties.
Geschikte natuurinclusieve maatregelen:
Voortplanting
Speciale ingebouwde geschakelde nestkasten in gevel. Hoogte 3-50 m, plaats ze niet binnen 1 meter boven of naast ramen. Rondom de nestkasten dient de aanvliegroute vrijgehouden te worden van obstakels (bomen, gebouwen, e.d.; minstens 4 m vrij). Alle windrichtingen, liefst variëren in hoogte en windrichting zodat vleermuizen keuze hebben.
Voortplanting
Spouwmuur toegankelijk maken
Voortplanting
Paalkasten (alleen als andere opties niet mogelijk zijn).
Voedsel
Pocketpark
Voedsel
Solitaire / cluster van bomen.
Voedsel
Water(randen of vijver)
Voedsel
Groene daktuin / groene gevel / groen dak met grassen, kruiden en struiken
Verbinding
Groen moet aansluiten op bestaand groen dat aan het projectgebied grenst voor verbinding tussen nieuw en bestaand groen.
Veiligheid
Geen verlichting richten op groen en water of nestgelegenheid.
Voor meer info, zie https://natuurinclusiefontwikkelen.nl/doelsoort/gewone-dwergvleermuis/
Andere soorten die profiteren van deze maatregelen: o.a. andere soorten vleermuizen.
Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.4
Artikel 5.4.5
Gewone dwergvleermuis
Onderdeel van Beleidsregel natuurinclusief bouwen