Van de zes soorten spechten die in Nederland voorkomen, is de grote bonte specht verreweg de algemeenste. Waar andere Nederlandse spechtensoorten vooral aan (oud) bos gebonden zijn, kan de grote bonte specht ook in andere gebieden worden aangetroffen. Zo komt de soort ook voor in parken en tuinen in een stedelijke omgeving. De aanwezigheid van oude en grote bomen is cruciaal. Ze hakken zelf een rond hol uit in bomen, het liefst in zacht hout (bijvoorbeeld berken). Het mannetje verschilt van het vrouwtje door een rode vlek op het achterhoofd; bij het vrouwtje is dat zwart.
Voortplanting en veiligheid: is voor de voortplanting afhankelijk van grote bomen, waar ze een hol in hakken. Hakt het liefste een hol in zacht hout, zoals berken of in dode bomen. Er bestaan ook nestkasten waar deze soort gebruik van maakt. Deze nestkasten dienen aan bomen opgehangen te worden en worden maar één jaar gebruikt door de spechten.
Voedsel: eet van alles. Zoekt in bomen, en in mindere mate op de grond, naar insecten, zowel volwassen insecten als hun larven en poppen. Eet ook vogeleieren en zelfs vogelkuikens. In de winter meer plantaardig voedsel, zoals zaden van (naald- en loof)bomen en bessen. Komt ook op vogelvoer in tuinen af.
Geschikte natuurinclusieve maatregelen:
Voedsel & voortplanting
Grote oude bomen
Voedsel & voortplanting
Behoud van bomen
Voedsel & voortplanting
Pocketpark
Voedsel & voortplanting
Cluster van bomen
Voedsel
(Inheemse) besdragende struiken
Andere soorten die profiteren van deze maatregelen: o.a. boomkruiper, boomklever, koolmees, pimpelmees, zwartkop, bont zandoogje en boomblauwtje.
Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.4
Artikel 5.4.7
Grote bonte specht
Onderdeel van Beleidsregel natuurinclusief bouwen