Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 5:

Beoordeling eigen kracht ouders

Onderdeel van Besluit nadere regels Jeugdhulp gemeente ‘s-Hertogenbosch 2026

De eigen kracht van ouders is een van de criteria die de gemeente beoordeelt om het recht op jeugdhulp te bepalen. Onder eigen kracht verstaan wij de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van ouders om de noodzakelijke hulp te bieden, zo nodig met gebruikmaking van hulp van personen uit het sociale netwerk. Dit betreft hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en huisvesting. Het begrip ‘de noodzakelijke hulp’ omvat zowel gebruikelijke als bovengebruikelijke hulp. Ouders horen jeugdigen uit het gezin tot 18 jaar te verzorgen, op te voeden, toezicht te bieden en een beschermende woonomgeving te bieden, ook al is er sprake van een jeugdige met een ziekte, aandoening of beperking. Het bieden van deze zorg is niet vrijblijvend. Verwacht wordt van de ouders dat zij de hulp verstrekken die nodig is, en verwacht mag worden dat zij indien noodzakelijk vergaande aanpassingen doen om dit te realiseren. Het uitgangspunt van de Jeugdwet is dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen allereerst bij de ouders en de jeugdige zelf ligt. De hulp moet behoren tot de mogelijkheden van de ouders (eigen kracht). De gemeente beoordeelt de eigen kracht volgens de bepalingen van de artikelen 11 en 12 van de Verordening Jeugdhulp gemeente 's-Hertogenbosch 2026 en van dit artikel. De gemeente onderzoekt of de ouder in staat is om de noodzakelijke hulp te bieden. Hierbij wordt onder andere beoordeeld: wordt de hulp al geleverd door de ouders; is er sprake van belemmeringen waardoor de ouders de hulp niet, niet langer, of nog niet kunnen geven. De gemeente onderzoekt of de ouder beschikbaar is om de noodzakelijke hulp te bieden. Hierbij wordt onder andere beoordeeld: is de ouder langdurig ziek; is de ouder langdurig afwezig in het gezin. Het niet beschikbaar zijn van de ouder door werk wordt niet meegenomen in de beoordeling. Van de ouder wordt verwacht dat deze de hulp met werk combineert, tenzij dit een schrijnende situatie oplevert waarbij ernstig nadelige gevolgen voor de jeugdige en/of ouders aantoonbaar zijn. De gemeente onderzoekt of het bieden van hulp door de ouder geen overbelasting geeft. Hiervoor geldt de richtlijn bij (dreigende) overbelasting uit Bijlage 1. De gemeente onderzoekt of de ouder de hulp zonder vergoeding blijft bieden, en zo ja, of de ouder daardoor niet in de problemen komt. Bij de beoordeling van de eigen kracht worden mogelijkheden van het brede sociale domein ook in kaart gebracht. Hierbij kan gedacht worden aan schulddienstverlening, hulp van de Wmo en Werk & Inkomen.

Rechtspraak bij dit artikel