Voor zover het in artikel 2.2 bedoelde quotum nog niet is bereikt, worden geschikte aanvragers achtereenvolgens ingedeeld en beoordeeld volgens de navolgende rangorde:
Bak 1 – Maatschappelijke binding
In overeenstemming met artikel 1 en artikel 10 van de Verordening is van maatschappelijke binding sprake indien de aanvrager voldoet aan één van de volgende criteria:
Ingezetenencriterium: De aanvrager is op de datum van aanvraag gedurende ten minste zes aaneengesloten jaren ingezetene van de betreffende kern of het betreffende cluster, óf is gedurende de tien jaren voorafgaand aan de aanvraag gedurende ten minste zes aaneengesloten jaren ingezetene geweest van de betreffende kern of het betreffende cluster. (Bewijsmiddel: een historisch uittreksel uit de Basisregistratie Personen - BRP).
Eerstegraads familierelatie: De aanvrager is in het verleden zelf ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene geweest van de desbetreffende kern én heeft een eerstegraads bloed- of aanverwant (beperkt tot: biologische ouders, adoptieouders, stiefouders, echtgenoot/geregistreerd partner, biologische of geadopteerde kinderen) die op het moment van de aanvraag al langer dan twee jaar onafgebroken ingezetene is van die specifieke kern. (Bewijsmiddelen: BRP-uittreksel van het familielid en een officieel document waaruit de verwantschap blijkt).
Bak 2 – Economische binding met een vitaal beroep
In overeenstemming met artikel 10, vijfde lid van de Verordening is van deze binding sprake als de aanvrager werkzaam is in een vitaal beroep binnen de betreffende kern of het betreffende cluster.
Als vitale sectoren worden uitsluitend aangemerkt: gezondheidszorg, brandweerzorg, politie, primair/voortgezet/middelbaar beroepsonderwijs en kinderopvang.
Voor deze voorrangscategorie komen uitsluitend uitvoerende en operationele functies zoals gedefinieerd in artikel 1.1 in aanmerking. Beleidsmatige, administratieve, management-, staf- en overige ondersteunende functies zijn uitdrukkelijk uitgesloten.
(Bewijsmiddelen: een werkgeversverklaring van maximaal drie maanden oud met vermelding van de feitelijke standplaats binnen de kern of het cluster, en bewijs van een structureel dienstverband van minimaal 18 contracturen per week. Arbeidsovereenkomsten zonder vooraf gegarandeerde arbeidsomvang, zoals nuluren-, oproep- of min-max-contracten, worden afgewezen).
Bak 3 – Reguliere economische binding
Van reguliere economische binding is sprake indien de aanvrager beschikt over een structureel dienstverband van ten minste 18 uur per week en werkzaam is bij een onderneming of instelling die feitelijk gevestigd is binnen de betreffende kern of het betreffende cluster. (Bewijsmiddelen: een werkgeversverklaring en de drie meest recente loonstroken).
Bak 4 – Reguliere aanvragers
Tot deze categorie behoren alle meerderjarige aanvragers die niet voldoen aan de bindingseisen van Bak 1, Bak 2 of Bak 3. Toewijzing aan deze categorie vindt plaats nadat het quotum van 50 procent is bereikt, óf indien de woning overeenkomstig artikel 6 van de Verordening gedurende ten minste dertien weken zonder succesvol resultaat aan de voorrangscategorieën is aangeboden.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.1
Rangorde van aanvragers
Onderdeel van Nadere regels ter uitvoering van de Huisvestingsverordening West Betuwe 2026