Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2: › Paragraaf 2.2

Artikel 2:10.

Omgevingsvergunning

Onderdeel van Erfgoedverordening Gemeente Brunssum 2026

1.. Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de bodem te verstoren, in een gemeentelijk archeologisch monument of in een gebied waar archeologische vondsten of waarden worden verwacht, zoals opgenomen op de vigerende [gemeentelijke archeologische beleidskaart]. Hiervoor geldt: in gebieden van archeologische zeer hoge waarde (categorie 2/ waarde archeologie 2) onderzoeksplicht bij bodemingrepen dieper dan 40 cm onder maaiveld en met een omvang van meer dan 100m2; in gebieden met een hoge archeologische verwachting, historische kern (categorie 3/ waarde archeologie 3) onderzoeksplicht bij bodemingrepen dieper dan 40 cm onder maaiveld en met een omvang van meer dan 250m2; in gebieden met een middelhoge archeologische verwachting (categorie 4/ waarde archeologie 4) onderzoeksplicht bij bodemingrepen dieper dan 40 cm onder maaiveld en met een omvang van meer dan 2500m2; in gebieden met een lage archeologische verwachting (categorie 5/ waarde archeologie 5) onderzoeksplicht bij bodemingrepen dieper dan 40 cm onder maaiveld en met een omvang van meer dan 10.000m2; in gebieden met geen archeologische verwachting (categorie 6/ waarde archeologie 6) als het project Mer of tracéwet plichtig is. 2.. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing: als het de verstoring betreft van een gebied van archeologische waarde of gebied met een hoge, middelhoge of lage archeologische verwachting dat is aangegeven op de vigerende gemeentelijke archeologische beleidskaart en het verrichten van de activiteiten geen strijd oplevert met door de gemeenteraad vastgestelde regels over de toegestane mate van verstoring, zoals vermeld onder artikel 2:10 lid 1. als de activiteit plaatsvindt op basis van een door het college goedgekeurde beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologisch erfgoed rekening wordt gehouden en onevenredige schade aan archeologische waarden wordt voorkomen, of; als met een onderzoek is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel