**1..** Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 2:10, lid 1, kan slechts worden verleend als:
naar oordeel van het college in voldoende mate blijkt dat:
het behoud van de archeologische waarden is geborgd; of
de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad; of
in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn.
Het belang van de archeologische monumentenzorg zich daartegen niet verzet.
**2..** Het bepaalde in lid 1 geldt niet voor terreinen/ gebieden die in overeenstemming met paragraaf 3.1 van de Erfgoedwet zijn aangewezen als beschermd archeologisch rijksmonument.
Hoofdstuk 2: › Paragraaf 2.2
Artikel 2:13.
Weigeringsgronden
Onderdeel van Erfgoedverordening Gemeente Brunssum 2026