Naar hoofdinhoud
Inzamelvoorzieningen worden, voor zover mogelijk, centraal geplaatst ten opzichte van de woningen die daarvan gebruikmaken. De loopafstand tussen de perceelgrens aan de zijde van de openbare ruimte en de inzamelvoorziening bedraagt maximaal 250 meter. Inzamelvoorzieningen worden zo geplaatst dat: a. De bereikbaarheid voor voetgangers, mindervaliden alsmede gebruikers van rollators, scootmobielen en kinderwagen zo min mogelijk wordt belemmerd; b. De verkeersveiligheid niet in het geding komt.

Rechtspraak bij dit artikel