Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.1

Aanvraag

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp Voorschoten 2026

1.. Een aanvraag voor jeugdhulp kan door of namens een jeugdige of ouder schriftelijk worden ingediend bij het college met een daartoe vastgesteld (elektronisch) aanvraagformulier. 2.. Het college bevestigt de ontvangst van een aanvraag, zoals bedoeld in het eerste lid, schriftelijk. 3.. Het college wijst de jeugdige of ouder in de ontvangstbevestiging voorafgaand aan het onderzoek op: de vervolgprocedure en de rechten en plichten van de inwoner daarin; de mogelijkheid om gebruik te maken van een vertrouwenspersoon als bedoeld in artikel 2.5 van de wet; de mogelijkheid om gebruik te maken van kosteloze onafhankelijke cliëntondersteuning als bedoeld in artikel 2.2.4 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; de mogelijkheid om een familiegroepsplan op te stellen binnen twee weken na de aanvraag. 4.. Bij de beoordeling van een aanvraag om jeugdhulp stemt het college af met andere beschikbare of al verleende voorzieningen. 5.. In spoedeisende gevallen treft het college zo spoedig mogelijk een tijdelijke individuele voorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek en de aanvraag van de jeugdige en/of zijn ouder(s), of vraagt het college een machtiging gesloten jeugdhulp aan als bedoeld in hoofdstuk 6 van de wet. Het college legt de beslissing omtrent de inzet van hulp in dit geval zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen vier weken na start van de hulp, vast in een beschikking.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel