**1..** Het college verstrekt een individuele voorziening indien:
gebruikelijke hulp, eigen kracht, sociaal netwerk of algemene voorzieningen ontoereikend zijn;
geen voorliggende voorziening passend of beschikbaar is;
de voorziening noodzakelijk, toereikend en proportioneel is;
de voorziening bijdraagt aan de gestelde resultaatgebieden;
sprake is van een redelijk perspectief op effectiviteit.
**2..** De voorziening moet gericht zijn op:
veilige ontwikkeling;
participatie;
herstel van normaal ontwikkelingsperspectief;
voorkoming van escalatie;
tijdige overgang naar 18+.
Een individuele voorziening jeugdhulp wordt toegekend als de inzet van de voorziening doeltreffend geacht kan worden. De doeltreffendheid beoordeelt het college door vast te stellen of de individuele voorziening of interventie wezenlijk bijdraagt aan het oplossen van de hulpvraag en [waar beschikbaar] wordt gewerkt met een bewezen effectieve interventie en nooit met een bewezen niet effectieve interventie. Het college kan hiervoor gebruik maken van de NJI Databank Effectieve jeugdinterventies, Richtlijnen Jeugdhulp en GGZ standaarden.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.1
Criteria voor het verstrekken van een individuele voorziening
Onderdeel van Verordening Jeugdhulp Voorschoten 2026