Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Afdeling 4a.

Artikel 2:13

Exploitatie openbare inrichting

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Hilvarenbeek 2026

1.. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2.. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijdis met het omgevingsplan/BOPA. 3.. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:7 kan de burgemeester de vergunning als bedoeld in artikel 2:13 geheel of gedeeltelijk weigeren indien sprake is van een of meer van de volgende situaties: naar het oordeel van de burgemeester redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde door de wijze van exploitatie op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed, of; de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is; redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn. Hieronder vallen mede het Bibob-vragenformulier en andere documenten die in het kader van de aanvraag zijn overgelegd; de exploitant en leidinggevende(n) niet 18 jaar of ouder zijn of niet voldoen aan de bij of krachtens artikel 8, lid 1, aanhef en onder b. en c. en lid 2, van de Alcoholwet aan de leidinggevende(n) gestelde eisen. de exploitant of de leidinggevende(n) binnen drie jaar voor de aanvraag een inrichting heeft geëxploiteerd die op grond van de (ernstige) vrees voor verstoring van de openbare orde, dan wel aantasting van het woon- of leefklimaat, dan wel op grond van artikel 13b Opiumwet of artikel 10 Wet experiment gesloten coffeeshopketen gesloten is geweest; dit nodig wordt geacht in het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten; de vestiging of exploitatie in strijd zijn met het omgevingsplan; sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bevordering Integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. 4.. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting met een kleinschalig karakter diezich bevindt in een: winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; zorginstelling; museum; of een bedrijfskantine of -restaurant. 5.. De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van het verbod aan de open-bare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet, als: zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan in of bij de inrichting: of de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 1:7 of 2:13, tweede of derde lid. 6.. De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid onder a. 7.. Op de aanvraag om een vergunning of een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel