De gemeente kan een Bibob-onderzoek starten:
indien er een aanvraag wordt gedaan voor een publiekrechtelijke beschikking zoals een vergunning of subsidie;
bij privaatrechtelijke transacties, waaronder begrepen overheidsopdrachten en vastgoed-/grondtransacties;
indien op basis van eigen ambtelijke informatie en/of informatie afkomstig van één van de partners van het samenwerkingsverband RIEC (regionale informatie- en expertisecentra) twijfels bestaan over de integriteit van betrokkene of diens (zakelijke) relaties. Deze twijfels kunnen bestaan uit vermoedens dat een betrokkene of diens zakelijke omgeving in relatie staat tot strafbare feiten die reeds zijn gepleegd of nog gepleegd zullen worden;
indien de gemeente een tip van het Landelijk Bureau Bibob als bedoeld in artikel 11 van de Wet Bibob heeft ontvangen;
indien er een tip van de officier van justitie, een tip van een ander bestuursorgaan dat of een rechtspersoon met een overheidstaak die bevoegd is tot toepassing van de Wet Bibob, die suggereert dat een betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten die reeds zijn gepleegd of nog gepleegd zullen worden, als bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob is ontvangen.
Dit geldt ook voor reeds verleende beschikkingen, gegunde overheidsopdrachten en afgesloten vastgoed- of grondtransacties.
Uitvoering van het Bibob-onderzoek blijft in beginsel achterwege in het geval een aanvraag afkomstig is van overheidsinstanties, semioverheidsinstanties of woning(bouw)coöperaties die onder de Woningwet vallen.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.1
Aanleiding starten Bibob-onderzoek
Onderdeel van Beleidsregel voor de Wet Bibob gemeente Opmeer 2026