Naar hoofdinhoud

Artikel 12.

Crisisvervoer

Onderdeel van Nadere regels uitvoering leerlingenvervoer Hulst 2026

1.. Het college kan in geval van een crisissituatie tijdelijk een vervoersvoorziening (crisisvervoer) toekennen, indien dit noodzakelijk is om onderwijsdeelname van de leerling te borgen. 2.. Onder crisisvervoer wordt verstaan: een tijdelijke vervoersvoorziening die wordt toegekend vanwege een plotselinge en/of onvoorziene wijziging in de verblijfssituatie van de leerling, waardoor het reguliere leerlingenvervoer niet (meer) passend of uitvoerbaar is. 3.. Crisisvervoer kan betrekking hebben op: vervoer tussen een tijdelijk verblijfadres buiten de gemeente Hulst en de school; en/of vervoer tussen een tijdelijk verblijfadres binnen de gemeente Hulst en een school buiten de gemeente Hulst. 4.. Het college kent crisisvervoer als bedoeld in lid 3 onder a toe indien: sprake is van een tijdelijke crisissituatie; en aannemelijk is dat de leerling terugkeert naar de oorspronkelijke verblijf-/woonsituatie binnen de gemeente Hulst; en het tijdelijke verblijf aantoonbaar van tijdelijke aard is. 5.. Crisisvervoer als bedoeld in lid 4 wordt toegekend voor maximaal 6 weken, overeenkomstig artikel 14 van de verordening. Het college kan tussentijds evalueren of voortzetting noodzakelijk is. 6.. Het college kan besluiten dat gedurende de periode van crisisvervoer de oorspronkelijke vervoersvoorziening wordt opgeschort. Na afloop herleeft de oorspronkelijke beschikking, tenzij de omstandigheden aanleiding geven tot herziening. 7.. Het college kan bij de aanvraag en gedurende de looptijd van crisisvervoer bewijsstukken opvragen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling. Hierbij kan onder andere worden gedacht aan: een beschikking jeugdhulp, (crisis)plaatsingsbesluit of verklaring van een betrokken hulpverlenende instantie (bijv. GI, jeugdprofessional, wijkteam); een verklaring van het tijdelijke verblijfadres/instelling; een inschatting van de verwachte duur van het tijdelijke verblijf en de intentie tot terugkeer; relevante schoolgegevens (zoals schooltijden) indien noodzakelijk voor de uitvoering. 8.. In beginsel vindt gedurende de periode van crisisvervoer minimaal één evaluatiemoment plaats. Het college plant dit evaluatiemoment bij voorkeur rond de derde week na aanvang van crisisvervoer, tenzij de situatie zich niet leent voor tussentijdse evaluatie. 9.. Verlenging van crisisvervoer na de termijn van 6 weken is uitsluitend mogelijk indien sprake is van een nieuwe of voortgezette crisissituatie én aannemelijk blijft dat de situatie tijdelijk is. Verlenging wordt gemotiveerd en wordt zo beperkt mogelijk toegekend. 10.. Indien een leerling tijdelijk verblijft binnen de gemeente Hulst in het kader van crisisopvang (bijvoorbeeld crisishuis of instelling), maar: niet is ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) van de gemeente Hulst; en onderwijs volgt buiten de gemeente Hulst, 11.. beoordeelt het college welke gemeente verantwoordelijk is voor de organisatie en/of bekostiging van het leerlingenvervoer. 12.. In situaties als bedoeld in lid 10 geldt als uitgangspunt dat het college crisisvervoer alleen toekent indien: sprake is van een acute crisissituatie waardoor vervoer noodzakelijk is; én er (nog) geen passende oplossing door of via de verantwoordelijke gemeente is gerealiseerd. 13.. Het college kan in situaties als bedoeld in lid 10 besluiten crisisvervoer tijdelijk te organiseren als overbrugging, in afwachting van besluitvorming en afstemming met de verantwoordelijke gemeente(n) en/of betrokken instelling. Het college maakt hierover afspraken met de betrokken partijen over de duur en bekostiging. 14.. Ouders/verzorger(s) en/of de instelling waar de leerling verblijft, verstrekken desgevraagd de informatie die noodzakelijk is om de situatie te kunnen beoordelen, waaronder gegevens over: de aard en verwachte duur van het verblijf; de betrokken gemeente(n) en contactpersonen; de school van de leerling en schooltijden.

Rechtspraak bij dit artikel