Naar hoofdinhoud

Artikel 17.

Gedrag tijdens het leerlingenvervoer en maatregelen

Onderdeel van Nadere regels uitvoering leerlingenvervoer Hulst 2026

1.. Van leerlingen, ouders/verzorger(s) en andere betrokkenen wordt verwacht dat zij zich tijdens het leerlingenvervoer gedragen op een wijze die de veiligheid en het ordelijk verloop van het vervoer niet belemmert. 2.. Indien sprake is van wangedrag of onveilige situaties tijdens het vervoer, kan het college maatregelen treffen. 3.. Bij de beoordeling van het gedrag kan het college onderscheid maken tussen: licht wangedrag; ernstig wangedrag; zeer ernstig wangedrag. 4.. Onder licht wangedrag wordt onder meer verstaan: het niet opvolgen van aanwijzingen van de chauffeur of begeleider en herhaald storend gedrag. 5.. Onder ernstig wangedrag wordt onder meer verstaan: agressief, intimiderend of in gevaar brengend gedrag. 6.. Onder zeer ernstig wangedrag wordt onder meer verstaan: fysiek geweld, ernstige bedreiging of situaties waarbij de veiligheid van inzittenden direct in gevaar komt. 7.. Het college kan, afhankelijk van de ernst en frequentie van het gedrag, één of meer van de volgende maatregelen treffen: het geven van een waarschuwing; het voeren van een gesprek met ouders/verzorger(s); het tijdelijk aanpassen van de vervoersvoorziening; het tijdelijk opschorten van het vervoer; het beëindigen van het vervoer indien een veilige uitvoering niet mogelijk is. 8.. Maatregelen als bedoeld in lid 7 sub d en e worden schriftelijk bevestigd en gemotiveerd. 9.. Voordat een maatregel als bedoeld in lid 7 sub d of e wordt opgelegd, worden ouders/verzorger(s) in beginsel gehoord, tenzij de veiligheid dit niet toelaat. 10.. Tegen een besluit als bedoeld in lid 7 sub d of e staat bezwaar en beroep open overeenkomstig de Algemene wet bestuursrecht.

Rechtspraak bij dit artikel