**1..** Wanneer de leerling kiest voor een Vlaamse school, gebruikt het college een vergelijkingstabel óf een verklaring van het betreffende samenwerkingsverband passend onderwijs om te bepalen, wat de dichtstbijzijnde toegankelijke school is voor de betreffende leerling.
**2..** Wanneer de leerling onderwijs volgt in een centrale opvangklas (TEC) voor nieuwkomers, wordt deze voorziening voor de toepassing van deze nadere regels aangemerkt als school. Het college bepaalt de dichtstbijzijnde toegankelijke voorziening op basis van plaatsbaarheid/toegankelijkheid en de beschikbare onderwijsvoorzieningen binnen redelijke afstand.
**3..** Het college bepaalt of een school toegankelijk is voor de leerling aan de hand van:
De onderwijssoort en de ondersteuningsbehoefte van de leerling (PO/SBO/SO/VSO);
De (mogelijke) toelating/plaatsbaarheid van de leerling;
Informatie van school en/of samenwerkingsverband passend onderwijs, waaronder (indien beschikbaar) het ontwikkelingsperspectiefplan (OPP) en/of een toelaatbaarheidsverklaring (TLV);
Een schriftelijke bevestiging van plaatsing of (gemotiveerde) afwijzing, indien dit voor het vaststellen van toegankelijkheid noodzakelijk is.
**4..** Indien sprake is van meerdere voor de leerling toegankelijke scholen, wordt onder de dichtstbijzijnde toegankelijke school verstaan: de school die is gelegen op de kortste afstand gemeten langs de kortste voldoende begaanbare en veilige weg.
**5..** Het Regionaal Bureau Leerlingenzaken actualiseert bij wijzigingen in het onderwijsaanbod de vergelijkingstabel.
Artikel 2.
Dichtstbijzijnde toegankelijke School
Onderdeel van Nadere regels uitvoering leerlingenvervoer Hulst 2026