Naar hoofdinhoud

Artikel 21.

Weekend- en vakantievervoer (internaat / pleeggezin)

Onderdeel van Nadere regels uitvoering leerlingenvervoer Hulst 2026

1.. Het college kent een vervoersvoorziening toe voor weekend- en vakantievervoer aan de leerling die, met het oog op het volgen van speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs, verblijft in een internaat of pleeggezin. 2.. Van verblijf als bedoeld in lid 1 is sprake indien: de leerling doordeweeks verblijft buiten de woning van ouders/verzorger(s); en dit verblijf structureel en aantoonbaar plaatsvindt; en het verblijf noodzakelijk is voor het volgen van passend onderwijs. 3.. Weekend- en vakantievervoer wordt uitsluitend toegekend indien: er geen passende en toegankelijke school dichter bij de woning van ouders/verzorger(s) beschikbaar is; en het vervoer plaatsvindt tussen het verblijfadres en de woning van ouders/verzorger(s). 4.. De bekostiging betreft vervoer: eenmaal per weekeinde; en eenmaal per schoolvakantie van twee dagen of meer. 5.. Het college bepaalt de vorm van de vervoersvoorziening overeenkomstig artikel 6 van deze nadere regels en gaat daarbij uit van de goedkoopst passende vervoersvoorziening. 6.. Het college kan voor de beoordeling van de aanvraag bewijsstukken opvragen, waaronder: een verklaring van de onderwijsinstelling; een plaatsingsbesluit of overeenkomst van het internaat of pleeggezin; informatie over de duur en aard van het verblijf; overige relevante gegevens die noodzakelijk zijn voor de beoordeling. 7.. Indien sprake is van verblijf in het kader van jeugdhulp of een andere voorziening, beoordeelt het college of en in hoeverre het vervoer onder het leerlingenvervoer valt. Voor zover het vervoer geen direct verband houdt met het volgen van onderwijs, valt dit niet onder deze nadere regels.

Rechtspraak bij dit artikel