**1..** Het college stemt de uitvoering van het leerlingenvervoer af met het samenwerkingsverband passend onderwijs, in het kader van het op overeenstemming gericht overleg (OOGO), zoals bedoeld in artikel 5 van de verordening.
**2..** In de afstemming als bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval aandacht besteed aan:
de spreiding en beschikbaarheid van onderwijsaanbod en ondersteuning;
de inzet en beschikbaarheid van deskundigheid bij het beoordelen van vervoersbehoeften;
kostenbeheersing en doelmatigheid van leerlingenvervoer;
het opstellen en uitvoeren van vervoersontwikkelingsplannen (VOP).
**3..** Het college kan voor de beoordeling van (de noodzaak tot) leerlingenvervoer advies vragen aan één of meerdere deskundigen. Hierbij kan het college in ieder geval betrekken:
de school van de leerling (bijvoorbeeld intern begeleider, mentor, zorgcoördinator), waaronder informatie uit het ontwikkelingsperspectiefplan (OPP);
een onafhankelijk deskundige (bijvoorbeeld orthopedagoog of gedragsdeskundige);
een medisch deskundige, indien medische omstandigheden bepalend zijn voor de vervoersmogelijkheden.
**4..** Het college weegt deskundigenadvies mee bij het vaststellen van de vervoersvoorziening en motiveert in het besluit op welke wijze dit advies is betrokken. Indien het college afwijkt van het uitgebrachte advies, wordt dit gemotiveerd.
**5..** Het college monitort jaarlijks de uitvoering en effecten van leerlingenvervoer, ten behoeve van bijsturing van beleid en de afstemming met het samenwerkingsverband. Hierbij worden in ieder geval statistieken bijgehouden over:
het aantal leerlingen dat gebruik maakt van aangepast vervoer (taxivervoer);
het aantal leerlingen dat zelfstandig reist en/of met begeleiding reist;
het aantal leerlingen dat vervoer ontvangt naar onderwijsvoorzieningen in België.
**6..** Het college analyseert daarbij relevante trends, waaronder in ieder geval:
de ontwikkeling van het aandeel leerlingen dat (na primair onderwijs) terugkeert naar het voortgezet speciaal onderwijs (VSO) in Nederland;
veranderingen in de vervoersbehoefte die samenhangen met wijzigingen in onderwijsaanbod en ondersteuningsstructuur.
**7..** De uitkomsten van monitoring en trendanalyse worden periodiek besproken in het kader van het OOGO en kunnen aanleiding zijn voor nadere afspraken, beleidsactualisatie en/of gerichte inzet op vervoersontwikkeling en zelfstandigheid.
Artikel 23.
Afstemming samenwerkingsverband, inzet deskundige en monitoring (OOGO)
Onderdeel van Nadere regels uitvoering leerlingenvervoer Hulst 2026