Naar hoofdinhoud

Artikel 7.

Vaststellen vervoersvoorziening en vergoeding

Onderdeel van Nadere regels uitvoering leerlingenvervoer Hulst 2026

1.. Het college bepaalt de vervoersvoorziening op basis van de individuele omstandigheden van de leerling, waarbij wordt uitgegaan van de goedkoopst passende voorziening. 2.. Bij de beoordeling hanteert het college de volgende volgorde van voorzieningen: Vervoer per fiets; Openbaar vervoer, al dan niet met begeleiding; Eigen vervoer (vergoeding aan ouders/verzorger(s)); Aangepast vervoer. 3.. Het college beoordeelt of de leerling, al dan niet met begeleiding, in staat is gebruik te maken van een lichtere vervoersvoorziening voordat een zwaardere voorziening wordt toegekend. 4.. Bij de beoordeling betrekt het college in ieder geval: De leeftijd en zelfstandigheid van de leerling; De aard van eventuele beperkingen; De afstand en reistijd; De veiligheid van de route; De mogelijkheid tot begeleiding door ouders/verzorger(s) of sociaal netwerk. 5.. Indien passend, kan het college een combinatie van vervoersvoorzieningen inzetten. 6.. Het college kan voorwaarden verbinden aan de vervoersvoorziening, waaronder: Het gebruik van een vervoersontwikkelingsplan; Deelname aan een training gericht op zelfstandig reizen; Periodieke evaluatie van de voorziening. 7.. Het college kan een vervoersvoorziening wijzigen of beëindigen indien de omstandigheden van de leerling daartoe aanleiding geven.

Rechtspraak bij dit artikel