Naar hoofdinhoud

Artikel 8a.

Bekostiging openbaar vervoer of fiets met begeleiding

Onderdeel van Nadere regels uitvoering leerlingenvervoer Hulst 2026

1.. Indien het college vaststelt dat de leerling niet zelfstandig kan reizen en begeleiding noodzakelijk is, kan het college een vervoersvoorziening toekennen in de vorm van vergoeding van: De kosten van OV of fiets voor de leerling; én De kosten van OV of fiets voor één begeleider, overeenkomstig artikel 18 van de verordening. 2.. Begeleiding wordt uitsluitend noodzakelijk geacht indien op basis van het onderzoek (artikel 6 van deze nadere regels) blijkt dat de leerling: Gelet op leeftijd, beperking of ontwikkelingsniveau niet in staat is de route zelfstandig of veilig af te leggen; of Door medische, cognitieve of gedragsmatige omstandigheden niet zelfstandig gebruik kan maken van OV of fiets; en Begeleiding noodzakelijk is om onderwijsdeelname mogelijk te maken. 3.. Bij de beoordeling of de leerling zelfstandig kan reizen, betrekt het college in ieder geval: De mate van zelfredzaamheid en reisvaardigheden van de leerling; De complexiteit van de route (overstappen, drukte, verkeersveiligheid); De belastbaarheid van de leerling (fysiek/mentaal); informatie van school en/of samenwerkingsverband, waaronder indien beschikbaar het OPP; Indien nodig deskundigenadvies. 4.. Het college hanteert als uitgangspunt dat begeleiding wordt afgebouwd indien dit verantwoord is. Indien er een vervoersontwikkelingsplan (VOP) is opgesteld, wordt daarin vastgelegd op welke wijze begeleiding kan worden verminderd en/of vervangen door training. 5.. De bekostiging van OV met begeleiding vindt plaats op basis van de goedkoopste passende OV-reiswijze, waarbij: Uitsluitend de vervoerskosten van de begeleider worden vergoed; Geen vergoeding plaatsvindt voor tijdsbesteding, inkomensverlies of overige kosten van de begeleider. 6.. Indien begeleiding door ouders/verzorger(s) niet (structureel) mogelijk is, kan het college in overleg met ouders/verzorger(s) beoordelen of begeleiding door iemand uit het sociale netwerk mogelijk is, conform het uitgangspunt van redelijkerwijs te verwachten inzet. 7.. Het college kan de toekenning van OV/fiets met begeleiding in tijd begrenzen en periodiek evalueren, in beginsel jaarlijks, om te beoordelen of zelfstandig reizen (eventueel met training) mogelijk is.

Rechtspraak bij dit artikel