Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Voorwaarden gebiedsontzegging

Onderdeel van Beleidsregels gebiedsontzegging gemeente Beesel

1.. De burgemeester kan aan een persoon een gebiedsontzegging opleggen. Dit houdt in dat hij of zij zich een bepaalde periode niet mag begeven in een aangewezen gebied. 2.. Een bevel kan gegeven worden in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid. 3.. De burgemeester kan indien een van de in het voorgaande lid betrokken belangen in het geding zijn een schriftelijke waarschuwing opleggen om niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente, op een openbare plaats aanwezig te zijn met de mededeling dat de burgemeester bij een volgende overtreding of andere gedraging waarbij de openbare orde in het geding is, een gebiedsontzegging kan opleggen. 4.. De gebiedsontzegging wordt niet eerder opgelegd, dan nadat er voor de tweede keer een overtreding van de in artikel 4 van deze beleidsregels genoemde feiten wordt geconstateerd of voor de tweede keer een andere gedraging wordt geconstateerd, waarbij de openbare orde in het geding is. 5.. In geval van een directe vrees voor een verdere verstoring van de openbare orde, waarbij de vereiste spoed zich verzet tegen het waarschuwen, kan worden afgezien van een waarschuwing en kan onmiddellijk een gebiedsontzegging worden opgelegd. 6.. De overtreding(en) moet betrekking hebben op één of meer van de onder Artikel 4 genoemde wettelijke bepalingen. 7.. Indien de geadresseerde in het aangewezen gebied zijn woning heeft, zijn werk heeft of zijn beroep uitoefent, of hulpverlenende instanties bezoekt, wordt de kortste route aangewezen, langs welke de geadresseerde het gebied dient te betreden dan wel dient te verlaten. 8.. Een gebiedsontzegging is niet van toepassing op personen die zich binnen het aangewezen gebied bevinden in een openbaar middel van vervoer. 9.. De gebiedsontzegging bevat tenminste op welk tijdstip (dag en uur) deze ingaat en wanneer deze eindigt, waarbij bij het bepalen van het tijdstip rekening gehouden wordt met de wijze van uitreiking. Daarnaast bevat de gebiedsontzegging de feiten die eraan ten grondslag liggen, een omschrijving van het gebied met een kaart van het gebied, en een afweging van de betrokken belangen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel