Dit artikel geeft nadere uitvoering aan artikel 1, onderdeel b, 1a, 1a1 en 22, vierde lid, van de wet.
Onderzoek naar de onderwijsvoorziening
Indien de leerplichtambtenaar van de ouders de melding ontvangt dat een jongere onderwijs volgt bij een nog niet erkende particuliere of niet-bekostigde onderwijsvoorziening, onderzoekt hij of deze onderwijsvoorziening kan worden aangemerkt als een school in de zin van de wet. In dat kader:
neemt hij contact op met de Inspectie van het Onderwijs om te verifiëren of de onderwijsvoorziening bij de inspectie bekend is en of, en zo ja wanneer, een advies wordt uitgebracht over de vraag of de voorziening als school in de zin van de wet kan worden beschouwd;
wijst hij ouders erop dat zij, indien zij zelf een particuliere school oprichten, binnen vier weken na feitelijke start hiervan melding moeten doen bij DUO, overeenkomstig artikel 1a en 1a1 van de wet.
Inschrijving pas na erkenning
Indien een jongere reeds staat ingeschreven bij een school of instelling, wordt pas tot uitschrijving overgegaan nadat de nieuwe onderwijsvoorziening erkend is als school in de zin van de wet.
Volgen van het inspectieadvies
De leerplichtambtenaar volgt het advies van de Inspectie van het Onderwijs over de vraag of de onderwijsvoorziening een school is als bedoeld in de wet.
Mededeling aan ouders bij verlies van status
Indien de Inspectie van het Onderwijs vaststelt dat een onderwijsvoorziening niet of niet langer voldoet aan de criteria om als school in de zin van de wet te worden aangemerkt, stelt de leerplichtambtenaar:
de ouders van de betrokken leerlingen binnen zeven dagen schriftelijk op de hoogte van dit feit; of verzekert hij zich ervan dat de onderwijsvoorziening de ouders schriftelijk van dit besluit in kennis heeft gesteld.
Artikel 12
Vaststelling of een onderwijsvoorziening als school in de zin van de Leerplichtwet kan worden aangemerkt
Onderdeel van Instructie voor de leerplichtambtenaar gemeente Bunnik