Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf

Artikel 3.9.

Instandhoudingsplicht gemeentelijk monument

Onderdeel van Verordening Fysieke Leefomgeving 2026

Het is verboden een gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen, of daaraan onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding daarvan noodzakelijk is. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het college: een gemeentelijk monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen; een gemeentelijk monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. Het eerste en tweede lid zijn van toepassing op een zaak van algemeen belang wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde. Het eerste en tweede lid gelden niet als het college nadere regels stelt over de wijze waarop werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd. Het college verleent, voor een monument met een religieuze bestemming, geen omgevingsvergunning als bedoeld in het tweede lid, dan in overeenstemming met de eigenaar als en voor zover het een omgevingsvergunning betreft, waarbij wezenlijke belangen van de godsdienstuitoefening in het monument in het geding zijn.

Rechtspraak bij dit artikel