Het gebruiken van de weg of een weggedeelte, anders dan de publieke functie daarvan, is alleen toegestaan als het bevoegd gezag daar een vergunning voor heeft verleend.
Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd:
als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;
als het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; of
in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak.
Het bevoegd gezag kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor categorieën van voorwerpen.
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op:
evenementen;
bij een openbare inrichting behorende terrassen; en
standplaatsen als bedoeld in artikel 5.30 van deze verordening
Het verbod in het eerste lid is ook niet van toepassing op voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard.
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing als in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Omgevingswet of de Gelderse wegenverordening.
De weigeringsgrond van het derde lid, onder a, is niet van toepassing als in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet.
De weigeringsgrond van het derde lid, onder b, is niet van toepassing op bouwwerken.
De weigeringsgrond van het derde lid, onder c, is niet van toepassing als in het geregelde onderwerp wordt voorzien door de Omgevingswet.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf
Artikel 5.11.
Voorwerpen op of aan de weg
Onderdeel van Verordening Fysieke Leefomgeving 2026