Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Paragraaf

Artikel 5.15.

Maken of veranderen van een uitweg

Onderdeel van Verordening Fysieke Leefomgeving 2026

Het is verboden een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg als: daarvan niet van tevoren melding is gedaan aan het bevoegd gezag, onder indiening van een situatieschets van de gewenste uitweg en een foto van de bestaande situatie; of het bevoegd gezag het maken of veranderen van de uitweg heeft verboden. Het bevoegd gezag verbiedt het maken of veranderen van de uitweg als: daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht; dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten. De uitzonderingen hierop zijn onder voorwaarden (agrarische) bedrijven of bij woningsplitsing. De uitweg kan worden aangelegd als het bevoegd gezag niet binnen vier weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat de gewenste uitweg wordt verboden. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, de Waterschapsverordening of de Omgevingsverordening Gelderland.

Rechtspraak bij dit artikel