Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag houtopstand te vellen of te doen vellen.
Het bevoegd gezag kan nadere regels vaststellen over de uitoefening van de bevoegdheid als bedoeld in lid 1 en de belangen genoemd in artikel 5.6.
Het verbod geldt niet voor:
bomen met een stamdwarsdoorsnede van minder dan 0,10 m op 1,3 m hoogte boven het maaiveld, waarbij in geval van meerstammigheid de dwarsdoorsnede van de dikste stam geldt;
niet geknotte populieren en niet geknotte wilgen langs wegen of eenrijige beplanting op of langs landbouwgronden;
vruchtbomen (met consumptiefruit) en windschermen om boomgaarden met uitzondering van walnoten- en kastanjebomen;
bomen met een stamdiameter minder dan 0,30 m op 1,3 m hoogte boven maaiveld gelegen binnen de bebouwde kom, voorzover geen onderdeel uitmaken van een groeps-, rij of singelbeplanting, voor zover deze niet zijn aangeplant vanuit een eerder opgelegde herplantplicht;
bomen op een aaneengesloten stuk grond van minder dan 300 m² gelegen binnen de bebouwde kom, waarop ingevolge de omgevingsplanregels een zelfstandige, bij elkaar behorende woonbebouwing is toegestaan en is aangelegd;
sparren, dennen, ceder en coniferen met uitzondering van Douglas, Larix en Grove den;
kweekgoed;
houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld;
houtopstand die gelegen is buiten een bebouwde kom, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt die:
ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are;
ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend over het totale aantal rijen;
houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last van het bevoegd gezag, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 5.10;
houtopstanden ten aanzien waarvan bij het omgevingsplan is bepaald dat het verboden is deze te vellen zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag waarbij wordt beoogd dezelfde belangen te beschermen als in artikel 5.7;
houtopstand gelegen binnen een agrarisch bouwvlak conform omgevingsplan Lochem;
periodiek knotten of kandelaberen als cultuurmaatregel bij daarvoor geschikte boomsoorten met uitzondering van de eerste knot- of kandelaberbeurt bij bomen ouder dan 20 jaar; of
bomen of houtopstanden die aantoonbare schade berokkenen aan onroerende zaken, welke in de nabijheid van de betreffende bomen of houtopstand gelegen zijn, of waarbij sprake is van grote gevaarzetting of een spoedeisend belang waardoor de kap dringend noodzakelijk is (noodkap burgemeester).
Hoofdstuk 5 › Paragraaf
Artikel 5.4.
Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden
Onderdeel van Verordening Fysieke Leefomgeving 2026