Jeugdigen en/of ouders kunnen slechts in aanmerking komen voor een individuele voorziening voor zover:
Er sprake is van opvoedingsproblemen bij de ouders en/of, psychische problemen of stoornissen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking bij de jeugdige, waardoor:
Hij/zij onvoldoende in staat is om
gezond en veilig op te groeien;
te groeien naar zelfstandigheid;
voldoende zelfredzaam te zijn en
maatschappelijk te participeren. En:
Zij geen oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag:
binnen hun eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen van jeugdige en/of ouders zelf of met hulp van personen uit het sociale netwerk (eigen kracht). Wanneer hiervan sprake is staat in artikel 12 van deze verordening uitgewerkt;
door gebruik te maken van een algemene voorziening, of;
door gebruik te maken van een andere (voorliggende) voorziening.
1. In situaties waarbij ouders begeleiding, behandeling of ondersteuning ten gevolge van maatschappelijke of eigen psychische of relationele problemen nodig hebben en er naar het oordeel van het college geen sprake is van een hulpvraag als bedoeld in deze verordening, komt een jeugdige of zijn ouder(s) niet in aanmerking voor een door het college te verlenen individuele voorziening als bedoeld in deze verordening.
2. Het voorgaande lid is niet van toepassing als er parallel aan een hulpvraag sprake is van meervoudige problematiek in de context van het gezin.
Het college kan nadere regels stellen ter verdere uitwerking van de criteria, zoals genoemd in het eerste lid.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 4.
Artikel 11.
Criteria individuele voorzieningen
Onderdeel van Verordening Jeugdhulp gemeente ’s-Hertogenbosch 2026