Degene aan wie krachtens deze verordening een individuele voorziening is verstrekt, is verplicht op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling te doen van feiten en omstandigheden waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening.
Het college kan een besluit, genomen op grond van deze verordening, in ieder geval beëindigen, wijzigen, herzien of intrekken als het college vaststelt dat:
de jeugdige en/of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;
de jeugdige en/of zijn ouders niet langer op de individuele voorziening of het daarmee samenhangende pgb zijn aangewezen;
de individuele voorziening of het daarmee samenhangende pgb niet meer toereikend is te achten;
de jeugdige en/of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van de individuele voorziening of het pgb, of;
de jeugdige en/of zijn ouders de individuele voorziening of het daarmee samenhangende pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd.
de jeugdige of zijn ouder(s) met het pgb jeugdhulp betrekken van een jeugdhulp-aanbieder tegen wie bezwaren zijn ontstaan, als bedoeld in artikel 13 lid 3; of
de jeugdige langer dan 4 weken verblijft in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet.
Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen zes maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.
Een besluit tot toekenning van een voorziening in natura kan worden ingetrokken als blijkt dat de jeugdige en/of zijn ouders zich niet binnen zes maanden na de besluitdatum hebben gemeld bij een jeugdhulpaanbieder.
Wanneer het college een beslissing op grond van het tweede lid, onder a, heeft ingetrokken, kan het college bij dwangbevel geheel of gedeeltelijk het ten onrechte genoten pgb invorderen.
Het college kan, bij een gegrond vermoeden van een omstandigheid als bedoeld in het tweede lid, onder a, d, e, of f, de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke onderbreking van betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 4.
Artikel 19.
Herziening, intrekking, opschorting en terugvordering
Onderdeel van Verordening Jeugdhulp gemeente ’s-Hertogenbosch 2026