Naar hoofdinhoud

Artikel 15.

Bekostiging openbaar vervoer (met eventuele begeleiding)

Onderdeel van Beleidsregel bekostiging leerlingenververvoer gemeente Beesel 2026

1.. Het uitgangspunt is dat alle leerlingen in staat zijn om met het openbaar vervoer te kunnen reizen, al dan niet met begeleiding. 2.. Wanneer een leerling wegens beperkingen niet in staat is om zelfstandig met het openbaar vervoer te kunnen reizen maar wel met begeleiding, dan dienen de ouders de leerling te begeleiden bij het reizen met het OV. 3.. Als begeleiding bij het openbaar vervoer noodzakelijk is, dan bieden de ouders dit minimaal 2 momenten per week (eigen inzet), zoals beschreven in artikel 12. Voor de overige momenten komt de leerling in aanmerking voor aangepast vervoer. 4.. Vergoeding voor SO-onderwijs: Wanneer een leerling niet zelfstandig of met begeleiding naar het SO kan fietsen zoals beschreven in artikel 13.3, dan ontvangen de ouders een bekostiging openbaar vervoer. 5.. Vergoeding voor V(S)O: Wanneer een leerling niet zelfstandig of met begeleiding naar het V(S)O kan fietsen zoals beschreven in artikel 13.3 en niet zelfstandig met het OV kan reizen, dan ontvangen de ouders een bekostiging openbaar vervoer. 6.. Een bekostiging openbaar vervoer bestaat uit een VEP (Voor Elkaar Pas) waarmee er kosteloos een traject afgelegd kan worden tussen de woning van de leerling en de dichtstbijzijnde toegankelijke school. De gemeente bekostigt de aanschaf van de VEP en het abonnement voor desbetreffende periode. De kosten van een duplicaatpas (diefstel of verlies) zijn voor rekening van de ouders/leerling zelf. 7.. Ouders kunnen verzoeken om de VEP voor het OV om te zetten in een financiële vergoeding. Met deze financiële vergoeding worden ouders in staat gesteld de leerling zelf te vervoeren. Het bedrag van deze financiële vergoeding is gebaseerd op artikel 15.8. Hiermee zijn de kosten voor de vergoeding gelijk aan het bedrag wat de gemeente anders zou hebben betaald om gebruik te kunnen maken van het openbaar vervoer, dit noemen we de abonnementskosten. De vergoeding wordt naar rato per maand berekend en vergoed. Hierbij wordt uitgegaan van 200 lesdagen per schooljaar. 8.. Afhankelijk van de mate waarin eigen inzet zoals beschreven in artikel 12 geboden wordt, zal de bekostiging als volgt berekend worden: 1 moment per week is een vergoeding op basis van 10% van de abonnementskosten. 2 momenten per week is een vergoeding op basis van 20% van de abonnementskosten. 3 momenten per week is een vergoeding op basis van 30% van de abonnementskosten. 4 momenten per week is een vergoeding op basis van 40% van de abonnementskosten. 5 momenten per week is een vergoeding op basis van 50% van de abonnementskosten. 6 momenten per week is een vergoeding op basis van 60% van de abonnementskosten. 7 momenten per week is een vergoeding op basis van 70% van de abonnementskosten. 8 momenten per week is een vergoeding op basis van 80% van de abonnementskosten. 9 momenten per week is een vergoeding op basis van 90% van de abonnementskosten. 10 momenten per week is een volledige vergoeding van de abonnementskosten. 9.. Als begeleiding noodzakelijk is, kan een begeleiderspas worden aangevraagd. Hiermee reist de begeleider gratis op het betreffende traject (verblijfplaats – school en terug). De kosten van een duplicaat (diefstal of verlies) zijn voor de ouders zelf. De kosten van de begeleider (salaris) horen niet bij het leerlingenvervoer.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel