Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.1

Streng aan de poort

Onderdeel van Beleidsregels toezicht en handhaving kinderopvang gemeente Lochem 2026

Ouders moeten erop kunnen vertrouwen dat kinderen vanaf de eerste dag van een kinderopvang- voorziening in een veilige, gezonde en verantwoorde omgeving worden opgevangen. Kinderen zijn een kwetsbare doelgroep. Het college vindt het daarom van groot belang dat een kinderopvangvoorziening al bij de start voldoet aan de kwaliteitseisen vanuit de Wet kinderopvang en hanteert daarom de werkwijze Streng aan de Poort. Het college kijkt of voor de gewenste locatie voor kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang, gastouderopvang of gastouderbureau alle benodigde vergunningen en/of meldingen aanwezig zijn, zoals vergunningen voor bouwen of slopen, melding brandveilig gebruik. Daarnaast onderzoekt het college of de gewenste binnen- en buitenruimte voor kinderopvang ook past binnen het omgevingsplan. Ook een Bibob-onderzoek kan onderdeel zijn van de procedure. Zodra alle benodigde vergunningen en/of meldingen aanwezig zijn en akkoord zijn bevonden, dient de houder een aanvraag tot registratie in het LRK in bij het college. Het college laat alle aanvragen tot exploitatie uitgebreid toetsen door de toezichthouder. Daarbij beoordeelt de toezichthouder alle kwaliteitsaspecten vooraf, waaronder de kwaliteit van het beleid, de accommodatie en het personeel van de kinderopvangvoorziening. De toezichthouder betrekt de organisatie-inrichting, het interne kwaliteitsbeleid en de bedrijfsvoering van een houder bij de beoordeling. Het is tenslotte niet alleen van belang dat de houder bij de start aan de kwaliteitseisen voldoet, maar ook dat de houder structureel blijft voldoen aan de kwaliteitseisen en voldoende kwaliteit kan bieden. Tenslotte neemt de toezichthouder ook de kwaliteit van andere kinderopvangvoorzieningen van dezelfde houder mee. Goede kwaliteit bij andere voorzieningen van de houder kan ertoe leiden dat het college sneller een positief besluit neemt. Handhaving bij een andere voorziening van de houder, kan aanleiding zijn om te besluiten dat een houder geen nieuwe opvang mag starten totdat alle overtredingen zijn hersteld.

Rechtspraak bij dit artikel