Toezichthouden is meer dan ‘controleren op basis van wetten, regels en normen’. In het huidige toezicht ligt meer nadruk op de dialoog tussen houder en toezichthouder waarbij de toezichthouder zich concentreert op de kwaliteitsbeoordeling. Het gaat om de naleving van de kwaliteitseisen door de houder en de kwaliteit van opvang die wordt aangeboden. Ook de wijze waarop een organisatie is ingericht, hoe een houder het personeel inzet en aanstuurt en hoe de verantwoordelijkheden binnen de organisatie zijn verdeeld, bepalen het kwaliteitsniveau van de geboden kinderopvang.
Om een goed beeld te krijgen van de organisatie gaat de toezichthouder in gesprek met de houder. De toezichthouder gaat daarbij in op de wijze waarop een houder zijn organisatie, met alles wat daarbij hoort, heeft ingericht om te kunnen nagaan of de kwaliteit van de geboden kinderopvang daadwerkelijk is gewaarborgd. Daarbij speelt ook het interne kwaliteitsbeleid van de houder een belangrijke rol. In het belang van een goede dialoog zal de toezichthouder zonder oordeel luisteren en observeren, open vragen stellen en doorvragen, en controleren of de toezichthouder zaken goed heeft geïnterpreteerd.
De toezichthouder zet kinderopvangorganisaties aan om (samen) te werken aan de kwaliteit en veiligheid van hun opvang en risico’s te verminderen. Daar waar nodig worden verbeterpunten besproken en zet de toezichthouder houders aan om de kwaliteit van hun opvang te verbeteren. Wanneer sprake blijkt van een tekortkoming is van belang om te weten wat de omstandigheden zijn en wat de inbreuk was op de geboden kwaliteit van opvang. Dit weegt de toezichthouder mee in zijn oordeel en advies aan het college.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.2
Dialooggericht werken
Onderdeel van Beleidsregels toezicht en handhaving kinderopvang gemeente Lochem 2026