Het college bepaalt de rangorde op de volgordelijst voor verzoek voor transportvermogen stapsgewijs op basis van de volgende stappen en legt de uitkomst daarvan schriftelijk vast. Een verzoek voor prioritering kan alleen bij voldoende bewijslast.
Stappen 1 tot en met 3, gevolgd door eventuele loting op grond van artikel 10 bepalen uitsluitend de volgorde van indiening binnen de tijdblokken (van ministerie van Binnenlandse Zaken); projecten worden eerst per startbouwjaar ingedeeld in het toepasselijke landelijke tijdblok en vervolgens binnen dat tijdblok gerangschikt op basis van de gemeentelijke criteria.
Stap 1: start bouw
Stap 1a: Als eerste stap vindt een rangschikking (lijst met verzoek voor aanvragen van transportvermogen) plaats op basis van het jaartal van start bouw, zoals voorgeschreven door ministerie van Binnenlandse Zaken. Een project wordt hoger gerangschikt als de bouw eerder start. Hierbij moet het jaartal start bouw voldoende concreet zijn onderbouwd. Daarnaast moet duidelijk inzicht gegeven worden in de fasering van het project en de fasering logisch, duidelijk en navolgbaar aansluiten op overige projectdocumentatie.
Stap 1b: Een indiener kan met voldoende concreet onderbouwing aangegeven in welke maand van het jaar start bouw plaatsvindt. De maand januari leidt in het betreffende jaar tot een hogere positie dan de maand december.
Stap 2: projectrijpheid
Na de rangschikking van stap 1 stelt de gemeente de projectrijpheid van het project vast op basis van beschikbare documenten.
Rangorde:
Beschikbare documenten:
1
Een Omgevingsvergunning, zoals verwoord in de Code Elektriciteit 2026
2
Een Civielrechtelijke overeenkomst, zoals verwoord in de Code Elektriciteit 2026
3
Aanpassing van het Omgevingsplan, zoals verwoord in de Code Elektriciteit 2026
4
Omgevingsplan met daarin vastgelegd een woonbehoefte op de specifieke locatie, zoals verwoord in de Code Elektriciteit 2026
5
Voor een bouwproject is een rijkssubsidie verleend of prestatieafspraken gemaakt met wooncorporaties, zoals beschreven door Ministerie van Binnenlandse Zaken
6
Een positief besluit van het college van B en W ligt over de wenselijkheid van het project op basis van door de gemeenteraad vastgesteld kaderstellend beleid
7
Een ambtelijke analyse op basis van door de gemeenteraad vastgesteld kaderstellend beleid blijkt dat het initiatief beleidsmatig wenselijk is.
8
Het facilitaire of gemeentelijk initiatief onderdeel is van de uiteindelijke uitwerking van een lopende gebiedsontwikkeling.
Voor een verzoek om transportcapaciteit gelden de gegevens- en informatievereisten die door de systeembeheerder (voorheen netbeheerder) en het aanvraagportaal worden gesteld. Daarnaast moeten aanvragen voldoen aan de voorwaarden die de gemeente hanteert voor plaatsing op de gemeentelijke volgordelijst.
Voor een verzoek om maatschappelijke prioritering moeten aanvragen volledig voldoen aan de bepalingen uit de Systeemcode Elektriciteit 2026. Ook moeten de bewijsstukken worden aangeleverd die zijn opgenomen in tabel 4 van bijlage 3 van deze Code.
Als er geen bewijstukken beschikbaar zijn, gaat de gemeente niet over tot een verzoek voor het aanvragen van het aanvragen van transportvermogen en bij voldoende bewijslast voor prioriteren van transportcapaciteit.
Stap 3: datum gewenste aansluiting
Binnen de op basis van de stappen 1 en 2 gemaakte onderverdeling vindt een onderverdeling plaats op basis van de gewenste datum van aansluiting. Dit op basis van jaar en maand, waarbij een project hoger wordt gerangschikt als de gewenste aansluiting eerder plaatsvindt. Dit zoals voorgeschreven door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.
Artikel 9