Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 7.3

pgb-vaardigheid

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp gemeente Leiderdorp 2026

1.. Om aan de voorwaarden voor pgb-vaardigheid te voldoen dient de beoogd budgethouder, al dan niet met hulp vanuit het sociaal netwerk of, indien van toepassing, een budgetbeheerder, in ieder geval: inzicht te hebben van de hulpvraag en doelstellingen; op de hoogte te zijn van de regels en verplichtingen die horen bij het pgb of deze zelf (online) weten te vinden; in staat te zijn om een overzichtelijke pgb-administratie bij te houden; in staat te zijn om (desnoods met ondersteuning) te communiceren en de aan het pgb verbonden verplichtingen te begrijpen en na te komen; in staat te zijn zelfstandig te handelen en onafhankelijk voor een hulpverlener te kiezen; in staat te zijn om afspraken te maken en vast te leggen en om dit te verantwoorden aan het college; in staat te zijn te beoordelen en te beargumenteren of de geleverde zorg passend en kwalitatief goed is; in staat te zijn de inzet van zorgverleners te coördineren, waardoor de zorg door kan gaan, ook bij verlof en ziekte; in staat te zijn om als werk- of opdrachtgever de zorgverleners aan te sturen en aan te spreken op hun functioneren; en voldoende kennis te hebben over het werk- of opdrachtgeverschap of deze kennis weten te vinden. 2.. Een budgethouder of een budgetbeheerder wordt in beginsel niet in staat geacht de aan een pgb verbonden taken verantwoord te kunnen uitvoeren als sprake is van één of meer van de volgende omstandigheden: het beheer wordt verricht door de persoon of organisatie die ook de jeugdhulp levert aan de budgethouder tenzij hiervoor door het college toestemming is verleend of de persoon eerste of tweedegraads bloed- of aanverwant is van de jeugdige; er sprake is van één of meer van de volgende omstandigheden: schuldenproblematiek; ernstige verslavingsproblematiek; aangetoonde fraude, in de zin van opzettelijke misleiding om financieel voordeel te verkrijgen, begaan in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag; een aanmerkelijke verstandelijke beperking; een ernstig psychiatrisch ziektebeeld; een vastgestelde, blijvende cognitieve stoornis; het onvoldoende in staat zijn om – al dan niet met ondersteuning – de aan het pgb verbonden rechten en verplichtingen te begrijpen en na te komen, waarbij niet is geborgd dat met ondersteuning, vertegenwoordiging of budgetbeheer een verantwoord beheer van het pgb mogelijk is. het niet verkrijgen van een Verklaring Omtrent het Gedrag.

Rechtspraak bij dit artikel