Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2: › Afdeling 2.2

Artikel 7.

Besluitvorming

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Sociaal Domein Utrecht West

1.. Het algemeen bestuur stemt met inachtneming van de volgende stemverhouding: leden van het algemeen bestuur aangewezen vanuit gemeenten tot en met 30.000 inwoners hebben ieder 1 stem, leden van het algemeen bestuur aangewezen vanuit gemeenten met een inwoneraantal van 30.001 tot en met 60.000 inwoners hebben ieder 2 stemmen, leden van het algemeen bestuur aangewezen vanuit gemeenten met meer dan 60.000 inwoners hebben ieder 3 stemmen. Op basis van de informatie van het CBS betekent dit dat, gemeten op 1 januari 2025, het aantal stemmen als volgt verdeeld is: voor ieder van de leden a. afkomstig uit de gemeente De Ronde Venen: 2 stemmen; b. afkomstig uit de gemeente Montfoort: 1 stem; c. afkomstig uit de gemeente Oudewater: 1 stem; d. afkomstig uit de gemeente Stichtse Vecht: 3 stemmen; e. afkomstig uit de gemeente Woerden: 2 stemmen. Per 1 januari van ieder jaar na 2025 wordt gebruik gemaakt van de per die datum gewijzigde informatie van het CBS voor het bepalen van de geldende stemverhouding, De dan geldende stemverhouding wordt als bijlage aan deze gemeenschappelijke regeling gehecht. 2.. Het algemeen bestuur besluit, tenzij deze regeling anders bepaalt, bij meerderheid van twee derde van de stemmen. 3.. Een lid van het algemeen bestuur neemt niet deel aan de stemming over een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger van zijn gemeente in een andere hoedanigheid eveneens betrokken is en waarbij belangenspanning speelt of de integriteitsvraag aan de orde zou kunnen zijn. 4.. Een benoeming gaat iemand persoonlijk aan, wanneer hij behoort tot de personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt. 5.. Een stemming is alleen geldig, indien meer dan de helft van het aantal leden dat zitting heeft, en samen ten minste de helft van de stemmen vertegenwoordigt en zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden, daaraan heeft deelgenomen. 6.. Het vijfde lid is niet van toepassing: ingeval opnieuw wordt gestemd over een voorstel of over een benoeming, voordracht of aanbeveling van een of meer personen ten aanzien van wie in een vorige vergadering een stemming op grond van dat lid niet geldig was; voor zover het betreft onderwerpen die in een daaraan voorafgaande niet geopende vergadering aan de orde waren gesteld. 7.. Bij een schriftelijke stemming wordt onder het uitbrengen van een stem verstaan het inleveren van een behoorlijk ingevuld stembriefje.

Rechtspraak bij dit artikel