Wanneer een bluswatervoorziening is aangelegd op het eigen terrein, dan zal de eigenaar op basis van het “zorgplicht beginsel” er voor moeten zorgen dat de voorziening te allen tijde functioneert en de benodigde bluswatercapaciteit levert. Een gemeente kan in de vergunning voorschrijven dat een voorziening periodiek getest en onderhouden wordt door een ter zake kundige partij. Geadviseerd wordt om hiervoor – bij geboorde putten - een minimale frequentie van 1 keer per 2 jaar aan te houden (behoudens afwijkende richtlijnen van de leverancier). Deze frequentie geldt ook voor reeds bestaande voorzieningen op privaat terrein. Voor brandkranen op privaat terrein wordt geadviseerd om tenminste de inspectie- en onderhoudsfrequentie aan te houden zoals vastgesteld in de OGN.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.5
Artikel 2.5.2
Bluswatervoorzieningen op eigen terrein
Onderdeel van Gemeentelijk beleid bluswater en bereikbaarheid