**1..** Gelet op 2.3.2, onderdeel a, van het Vuurwerkbesluit, wordt de ontheffing uitsluitend verleend aan een vereniging of stichting met lokale binding.
**2..** Van lokale binding is in ieder geval sprake indien:
de vereniging of stichting statutair is gevestigd in de gemeente;
In ieder geval één van de bestuurders van de vereniging of stichting is woonachtig in de gemeente; en
de activiteiten van de vereniging of stichting in overwegende mate zijn gericht op inwoners, wijken, buurten of gemeenschappen binnen de gemeente.
**3..** Indien niet volledig wordt voldaan aan het tweede lid, kan de burgemeester alsnog lokale binding aannemen indien uit de statutaire doelstelling, de feitelijke activiteiten, de doelgroep, de historie van de organisatie of andere concrete omstandigheden blijkt dat de vereniging of stichting aantoonbaar en duurzaam verbonden is met de gemeente.
**4..** Bij de beoordeling als bedoeld in het derde lid kent de burgemeester in het bijzonder gewicht toe aan de vraag of de vereniging of stichting bestuurlijk of organisatorisch is verankerd in de gemeente, waaronder begrepen de woonplaats van één of meer bestuurders.
**5..** De burgemeester kan daarnaast andere omstandigheden betrekken bij de beoordeling van lokale binding, zoals eerdere activiteiten binnen de gemeente, de samenstelling van het bestuur of de doelgroep waarvoor de activiteit wordt georganiseerd.
**6..** Een aanvraag wordt geweigerd indien de lokale binding onvoldoende is aangetoond.
Toelichting: De eis van lokale binding sluit aan bij artikel 2.3.2, onderdeel a, van het Vuurwerkbesluit en bij de bedoeling van de ontheffingsregeling om georganiseerde lokale initiatieven mogelijk te maken. De burgemeester vindt het van belang dat de aanvrager niet alleen formeel, maar ook feitelijk verbonden is met de gemeente. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de statutaire vestiging, de feitelijke activiteiten, de doelgroep en de bestuurlijke verankering van de vereniging of stichting.
Het uitgangspunt is dat ten minste één bestuurder woonachtig is in de gemeente. Daarmee wordt geborgd dat de organisatie lokaal aanspreekbaar en betrokken is. Tegelijkertijd kan niet worden uitgesloten dat ook sprake kan zijn van voldoende lokale binding indien niet aan alle genoemde omstandigheden wordt voldaan. Daarom behoudt de burgemeester ruimte om in bijzondere gevallen, op basis van de concrete feiten en omstandigheden, alsnog lokale binding aan te nemen.
Artikel 4.
Lokale binding
Onderdeel van Beleidsregels vuurwerkontheffingen jaarwisseling gemeente Leidschendam-Voorburg 2026