Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 8

Artikel 40

Intrekking, herziening, opschorting en terugvordering

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp Leidschendam-Voorburg 2026

1.. Dit artikel strekt tot uitwerking van artikel 8.1.4 Jeugdwet voor besluiten over een pgb en bevat daarnaast door de gemeenteraad vastgestelde aanvullende regels voor besluiten over individuele voorzieningen in natura. 2.. Onverminderd het bepaalde in artikel 8.1.4 Jeugdwet kan het college een beslissing over een individuele voorziening in natura of in de vorm van een pgb herzien of intrekken indien het college vaststelt dat: de jeugdige of de ouder(s) onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; de jeugdige of de ouder(s) niet langer op de individuele voorziening of het daarmee samenhangende pgb zijn aangewezen; bijvoorbeeld in geval van overlijden; de individuele voorziening in natura of in de vorm van een pgb niet meer toereikend is te achten; de jeugdige of de ouder(s) niet voldoen aan de voorwaarden die, bij of krachtens deze verordening, door de gemeenteraad aan de individuele voorziening in natura of het pgb zijn verbonden; de jeugdige of de ouder(s) het pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het bestemd is; 3.. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen 4 maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. 4.. Een beslissing tot toekenning van een individuele voorziening in natura kan worden ingetrokken als blijkt dat de jeugdige of de ouder(s) zich niet binnen 4 maanden na de besluitdatum hebben gemeld bij een jeugdhulpaanbieder. 5.. Als het college een beslissing heeft herzien of ingetrokken op grond van het eerste lid onder a, dan kan het college de geldschade terugvorderen van het te veel of ten onrechte genoten individuele voorziening in natura of pgb. 6.. Als het college een beslissing op grond van het eerste lid, onder a, heeft ingetrokken of herzien wegens onjuiste en/ of onvolledige gegevens, kan het college bij dwangbevel geheel of gedeeltelijk het ten onrechte genoten pgb invorderen. 7.. Het college kan, bij een gegrond vermoeden van een omstandigheid als bedoeld in het tweede lid, onder a tot en met e, de SVB gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een geheel of gedeeltelijke onderbreking van betalingen uit het pgb voor ten hoogste 13 weken. 8.. Het college kan de inzet van een individuele voorziening geheel of gedeeltelijk opschorten voor ten hoogste 13 weken als er een gegrond vermoeden bestaat dat door de individuele jeugdhulpaanbieder niet of onvoldoende wordt voldaan aan verplichtingen die voortvloeien uit de kwaliteitsafspraken zoals opgenomen in deze verordening en/ of in de contracten. 9.. Gedurende de periode waarin de betaling van het pgb of de individuele voorziening in natura is opgeschort, voert het college of de toezichthoudende ambtenaar een onderzoek uit naar het gegronde vermoeden. 10.. Wanneer het college op grond van deze verordening een ten onrechte of tot een te hoog bedrag genoten pgb, of de geldwaarde van ten onrechte of tot een te hoog bedrag verstrekte jeugdhulp in natura, terugvordert, legt het die verplichting tot terugbetaling vast in een besluit. Het college biedt de jeugdige of de ouder(s) in beginsel een betalingstermijn van 6 weken en houdt bij de invordering zoveel mogelijk rekening met hun financiële draagkracht. 11.. Het college kan bij een besluit tot herziening of intrekking over een individuele voorziening in natura of in de vorm van een pgb bepalen dat het besluit in werking treedt op een door het college te bepalen tijdstip, waaronder een datum in het verleden. 12.. Het college maakt slechts gebruik van zijn bevoegdheid tot terugvordering en invordering indien de jeugdige of de ouder(s) redelijkerwijs hadden kunnen begrijpen dat het pgb of de jeugdhulp in natura ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend of ontvangen. 13.. De vordering verjaart 5 jaren nadat de in het terugvorderingsbesluit opgenomen betalingstermijn is verstreken. Het college kan nadere regels stellen over de uitvoering van terugvordering en invordering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel