Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 12

Artikel 48

Overgangsrecht, intrekking oude verordening

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp Leidschendam-Voorburg 2026

1.. Een jeugdige of de ouder(s) houdt recht op een lopende voorziening, verstrekt op grond van de Verordening jeugdhulp Leidschendam-Voorburg 2020, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen ten aanzien van die voorziening. 2.. Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening jeugdhulp Leidschendam-Voorburg 2020 waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens de Verordening jeugdhulp Leidschendam-Voorburg 2026. 3.. Bezwaarschriften gericht tegen besluiten die zijn genomen voor de inwerkingtreding van de Verordening jeugdhulp Leidschendam-Voorburg 2026, worden behandeld op grond van de Verordening jeugdhulp Leidschendam-Voorburg 2020 die ten aanzien van de betreffende zaak zijn rechtskracht behoudt. Hier kan ten gunste van de jeugdige of zijn ouder(s) van worden afgeweken als heroverweging op grond van de huidige Verordening jeugdhulp Leidschendam-Voorburg 2026 leidt tot een gunstiger uitkomst. 4.. Het college is bevoegd een besluit, dat is genomen op grond van de Verordening jeugdhulp Leidschendam-Voorburg 2020 te herzien: op de gronden, vermeld in de Verordening jeugdhulp gemeente Leidschendam-Voorburg 2015 als uit een door het college uitgevoerd heronderzoek blijkt dat er met toepassing van de ten tijde van het onderzoek geldende verordening een afwijkend besluit zou zijn genomen; als de cliënt wenst te veranderen van aanbieder of van verstrekkingsvorm. 5.. Het college heeft de bevoegdheid om een pgb dat is verstrekt onder Verordening jeugdhulp Leidschendam-Voorburg 2020, terug te vorderen op de in deze verordening genoemde gronden. 6.. De Verordening jeugdhulp gemeente Leidschendam-Voorburg 2020 wordt ingetrokken.

Rechtspraak bij dit artikel