**1..** Het college subsidieert per geplaatste Almeerse peuter per uur, naar rato van de geplaatste periode, de volgende kinderplaatsen op voorscholen:
Kindplaats regulier voor Almeerse peuters van ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag in de peuteropvang: minimaal 240 en maximaal 320 uren per jaar maal het landelijk maximum uurtarief, minus de in rekening gebrachte ouderbijdrage over de afgenomen uren.
Kindplaats VE voor Almeerse peuters van ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag in de peuteropvang: minimaal 640 en maximaal 660 uren per jaar maal het landelijk maximum uurtarief minus de in rekening gebrachte ouderbijdrage. De ouderbijdrage wordt over 320 uur per jaar in rekening gebracht.
Kindplaats VE voor Almeerse peuters van ouders met recht op kinderopvangtoeslag in de peuteropvang: minimaal 320 en maximaal 340 uren maal het landelijk maximum uurtarief. Ouders nemen aanvullend nog ten minste 320 uur per jaar af, waarover deze ouders kinderopvangtoeslag (kunnen) aanvragen.
**2..** De hoogte van de subsidie wordt bepaald op basis van de verwachte verdeling van de bezetting over deze kindplaatsen, op basis van de registratie in de overdrachtsdocumenten (peildatum: 1 oktober). Omdat dit in de praktijk kan afwijken, mag met de besteding van de subsidie met de subsidiebedragen tussen de kindplaatsen van lid 1 sub a t/m c worden geschoven.
**3..** Voor alle doelgroeppeuters op voorscholen stelt het college een VE-toeslag beschikbaar, ongeacht of de ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag. Als een doelgroeppeuter een gedeelte van het jaar gebruik maakt van de kindplaats VE, wordt dit bedrag naar rato van de periode van plaatsing verstrekt.
**4..** Het college stelt een vast subsidiebedrag per uur voor maximaal 320 uur per locatie beschikbaar voor de inzet van een ambulante (derde) pedagogisch professional. De locaties waar de ambulante pedagogisch professional wordt ingezet dienen elk voor ten minste 70% te bestaan uit doelgroepkinderen (peildatum: 1 oktober van het voorgaande subsidiejaar). Het percentage wordt berekend op basis van het aantal geplaatste doelgroeppeuters per dag per locatie.
**5..** De groep waar de ambulante pedagogisch professional wordt ingezet dient minimaal te bestaan uit twee kinderen met een grote of complexe ondersteuningsbehoefte (peildatum: 1 oktober van het voorgaande subsidiejaar).
**6..** De ambulante pedagogisch professional wordt te allen tijde boventallig ingezet, dat wil zeggen bovenop de reguliere beroepskracht-kind ratio voor de betreffende groep.
**7..** Houder houdt gedurende het subsidiejaar een administratie bij van de ureninzet van de ambulante pedagogisch professional(s) per locatie en het aantal kinderen met een ondersteuningsbehoefte.
**8..** Voor alle doelgroeppeuters op voorscholen die op 1 januari van het betreffende jaar een kindplaats VE bezetten, stelt het college een vast subsidiebedrag beschikbaar voor de bekostiging van de pedagogisch beleidsmedewerker VE.
**9..** Per locatie stelt het college een vast subsidiebedrag beschikbaar voor de bekostiging van de extra inzet die nodig is om volgens de Basisstructuur voor Ondersteuning (BvO) te werken. Het betreft taken die zijn opgenomen in de Werkwijze Basisstructuur voor Ondersteuning, aangereikte instrumenten en de daarbij behorende taakomschrijving. Voor de extra inzet wordt uitgegaan van 30 uren per locatie per jaar.
**10..** Voor de subsidiebedragen uit lid 3 geldt voor peutergroepen in de dagopvang een minimum van twee doelgroeppeuters. Dat wil zeggen dat deze subsidiebedragen voor ten minste twee doelgroeppeuters per peutergroep worden beschikt, ook als het werkelijke aantal lager ligt. Houder is verplicht op deze groepen een pedagogisch beleidsmedewerker VE voor tenminste 20 uren per jaar in te zetten.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.2.
Artikel 5.2.
Hoogte van de subsidie
Onderdeel van Subsidieregeling Onderwijsachterstanden Almere 2027-2030