Naar hoofdinhoud

Artikel 31.

Bijzondere bijstand voor woonkosten van een woning waarvan de woonkosten hoger zijn dan de maximale huurgrens

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand en minimabeleid Wassenaar 2027

1.. De belanghebbende die een huurwoning of een eigen woning bewoont, waarvan de woonkosten hoger zijn dan de maximale huurgrens als bedoeld in artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag, heeft recht op bijzondere bijstand in de woonkosten indien er sprake is van een uit bijzondere omstandigheden voortkomende noodzaak om de dure woning te bewonen. 2.. De hoogte van de in lid 1 bedoelde bijzondere bijstand is voor inwoners met een eigen woning gelijk aan: Een bedrag berekend aan de hand van de systematiek uit de Wet op de huurtoeslag over het deel tot aan het in die wet benoemde grensbedrag; plus Een bedrag gelijk aan het deel van de huur dat boven het grensbedrag ligt. De grens zoals genoemd in lid 1 wordt jaarlijks gewijzigd in lijn met artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag. 3.. De hoogte van de in lid 1 bedoelde toeslag is voor inwoners met een huurwoning gelijk aan het deel van het huurbedrag dat boven de in lid 1 genoemde grens ligt. 4.. Aan de verlening van de bijzondere bijstand voor woningeigenaren als bedoeld in lid 2 en voor huurders van particuliere huurwoningen als bedoeld in lid 3 kunnen de volgende voorwaarden worden verbonden: Er geldt een verhuisverplichting, wat betekent dat belanghebbende zich onverwijld als woningzoekende dient te laten inschrijven voor een passende en betaalbare woonruimte; Belanghebbende dient elke woning als bedoeld in onderdeel a te accepteren, voor zover dat in redelijkheid van hem verlangd kan worden; Belanghebbende dient zelf ook pogingen te ondernemen om woonruimte te verwerven, waarvan de woonkosten in zodanige overeenstemming met zijn inkomen zijn, dat hij voor die kosten aanspraak kan maken op een huurtoeslag. Hieronder wordt ten minste verstaan het aanvragen van een urgentieverklaring voor bij de woningbouwvereniging om in aanmerking te komen voor een andere woning. 5.. Aan de verlening van de toeslag voor een sociale huurwoning worden de volgende voorwaarden verbonden: Belanghebbende dient binnen een redelijke termijn na het toekenningsbesluit bij de woningbouwvereniging een verzoek in te dienen om de huur te verlagen en hiervan een bewijsstuk in te leveren. Belanghebbende dient bij een verlaging van de huur binnen een redelijke termijn een bewijsstuk van de nieuwe huur in te leveren. 6.. Indien de belanghebbende niet aan één of meer van de in lid 4 en lid 5 genoemde voorwaarden voldoet, kan de toeslag in de woonkosten verlaagd dan wel beëindigd worden.

Rechtspraak bij dit artikel