Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2

Voorwaarden vervoersvoorziening

Onderdeel van Nadere regels jeugdhulp gemeente Zwijndrecht

Het toekennen van een vervoersvoorziening geschiedt alleen aan de jeugdige wanneer aantoonbaar is gemaakt dat er een medische noodzaak bestaat of beperkingen in de zelfredzaamheid zijn. Dit is aannemelijk als: aantoonbaar is gebleken dat zelf of met hulp van de ouder(s) of andere personen uit de naaste omgeving geen oplossing voor het vervoersprobleem kan worden gevonden; en geen oplossing gevonden kan worden voor het vervoersprobleem door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een andere voorziening; en sprake is van een medische noodzaak, omdat de jeugdige bijvoorbeeld een beperking heeft met lopen, instappen of staan of wanneer sprake is van desoriëntatie, en om die reden geen gebruik kan worden gemaakt van het openbaar vervoer of eigen vervoer; of sprake is van beperkingen in de zelfredzaamheid, omdat: de leeftijd van de jeugdige het niet toe laat zelfstandig te reizen met openbaar vervoer, nadat is aangetoond dat de ouder(s) of andere personen uit het sociaal netwerk niet in staat kunnen worden geacht om zorg te dragen voor begeleiding; of sprake is van ernstige gedragsproblemen welke reizen in het openbaar vervoer of eigen vervoer onmogelijk maken; of andere redenen van niet-medische aard, die het zelfstandig of onder begeleiding reizen in het openbaar vervoer of eigen vervoer onmogelijk maken. door een deskundige de medische beperkingen of beperkende omstandigheden bij de jeugdige die individueel vervoer vereisen, zijn vastgesteld; en de jeugdige of de vertegenwoordiger van de jeugdige medewerking hebben verleend aan het college om aantoonbaar te maken dat er sprake is van een medische noodzaak of beperking in de zelfredzaamheid; Onder geen enkele omstandigheid wordt het ontbreken van financiële draagkracht van de ouder(s) ten behoeve van de vervoerskosten beschouwd als een beperking in de zelfredzaamheid. De aanvraag voor een vervoersvoorziening wordt ingediend bij het college door middel van een ondertekend aanvraagformulier vervoer. De vaststelling van de noodzaak van een vervoersvoorziening, zoals gesteld in lid 1 van dit artikel, wordt uitgevoerd door de professionals van het Vivera Wijkteam of de Gecertificeerde Instelling. De beoordeling van de aanvraag voor een vervoersvoorziening wordt opgenomen in het verslag waarin het onderzoek dat voor de aanvraag is uitgevoerd, is weergegeven. De adressen en tijden, die door de jeugdige of de ouder(s) van de jeugdige worden aangegeven op het ondertekende aanvraagformulier vervoer, worden gebruikt voor de planning van het vervoeren kunnen niet worden gewijzigd. Bij incidentele wijzigingen zorgt de jeugdige of de ouder(s) van de jeugdige zelf voor een andere oplossing. Bij een structurele en/of wezenlijke wijziging dient een nieuw aanvraagformulier door de jeugdige of zijn ouder(s) te worden ingediend bij het college.

Rechtspraak bij dit artikel