Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
- commissiegriffier: griffier van een raadscommissie of diens plaatsvervanger;
- commissielid: lid van een raadscommissie of diens plaatsvervanger;
- commissievoorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens plaatsvervanger;
- griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger;
- wet: Gemeentewet.
- B&W: Het college van burgemeester en wethouders;
- RIS: Digitaal raadsinformatiesysteem van de gemeenteraad van Tynaarlo dat openbaar toegankelijk is.
- BIS: Digitaal raadsinformatiesysteem van de gemeenteraad van Tynaarlo waarop vertrouwelijke en geheime documenten worden geplaatst.
Artikel 2. Instelling raadscommissie
Er is een raadscommissie.
Artikel 3. Taken raadscommissie:
1. bereid beraadslaging en/of besluitvorming in de vergadering van de raad voor en voert overleg met het college of de burgemeester en/of anderen.
2. brengt advies uit aan de raad over die onderwerpen waarop haar werkzaamheden betrekking hebben;
3. kan advies uitbrengen aan de raad over andere onderwerpen dan bedoeld onder 2.
4. de behandeling van een onderwerp in de vergadering van een raadscommissie leidt tot een procesmatige conclusie waaronder:
a. de zaak wordt ter behandeling aan de raad voorgelegd
b. Het voorstel is nog niet voldoende besproken; het wordt opnieuw geagendeerd ter bespreking in de raadscommissie.
c. het college wordt verzocht noodzakelijk geachte aanvullingen of verduidelijkingen aan te brengen, waarna het onderwerp wordt geagendeerd in de raadsvergadering of een volgende vergadering van de raadscommissie;
Artikel 4. Samenstelling; benoeming raadscommissievoorzitter
1. Alle raadsleden en beëdigde steunfractieleden zijn uit hoofde van hun functie lid van alle raadscommissies.
2. Steunfractieleden die op de eigen kandidatenlijst van de partij bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen hebben gestaan kunnen worden beëdigd.
3. Bij wijze van proef tot het einde van de raadsperiode in 2030, kunnen steunfractieleden die niet op de eigen kandidatenlijst van de partij bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen hebben gestaan ook worden beëdigd.
4. Beëdigingen van steunfractieleden die niet op de eigen kandidatenlijst van de laatste gemeenteraadsverkiezingen hebben gestaan, vindt eenmalig, namelijk bij de vaststelling van deze verordening plaats en daarnaast één keer per kalenderjaar, bij de start van het nieuwe kalenderjaar.
5. Per in de raad vertegenwoordigde partij kunnen naast raadsleden tegelijkertijd maximaal drie steunfractieleden beëdigd zijn;
6. In elke raadscommissie kunnen per fractie gelijktijdig maximaal twee personen zitting hebben (naast de voorzitter).
7. De artikelen 10 t/m 15 van de gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op commissieleden die geen raadslid zijn.
8. Door een commissie van de raad worden de geloofsbrieven onderzocht voorafgaand aan de beëdiging en benoeming tot commissielid door de raad.
9. De vertegenwoordiging per fractie kan qua samenstelling tijdens een raadscommissievergadering worden aangepast. Wisseling is toegestaan tussen twee agendapunten.
10. De raad benoemt de commissievoorzitters en plaatsvervanger.
Artikel 5. Zittingsduur en vacatures
1. De zittingsperiode van een commissielid en -voorzitter eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad.
2. Het lidmaatschap van een commissielid eindigt als niet meer wordt voldaan aan de in artikel 4, derde lid, gestelde eisen.
3. De raad kan de commissievoorzitter ontslaan.
4. Een commissievoorzitter kan te allen tijde ontslag nemen. De commissievoorzitter doet daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd.
5. Als door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, benoemt de raad op voordracht van de fractie een vervanger.
6. Het lidmaatschap van commissieleden, benoemd op voordracht van een fractie die niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt van rechtswege.
Artikel 6. De commissiegriffier
1. De griffier van de raad wijst ter ondersteuning van iedere raadscommissie een op de griffie werkzame ambtenaar of, in samenspraak met de secretaris, een niet op de griffie werkzame ambtenaar aan als commissiegriffier.
2. Een commissiegriffier is aanwezig in vergaderingen.
3. Bij verhindering of afwezigheid wordt de commissiegriffier vervangen door een door de griffier van de raad aangewezen op de griffie werkzame ambtenaar of, in samenspraak met de secretaris, een niet op de griffie werkzame ambtenaar.
4. Een commissiegriffier kan op uitnodiging van de commissievoorzitter aan beraadslagingen in vergaderingen deelnemen.