Naar hoofdinhoud
De gemeente bepaalt de rangorde op de volgordelijst stapsgewijs op basis van de volgende stappen en legt de uitkomst daarvan schriftelijk vast: Stap 1: start bouw Als eerste stap vindt een rangschikking plaats op basis van de maand van start bouw, waarbij een project hoger wordt gerangschikt als de bouw eerder start. Hierbij moet de maand van start bouw voldoende concreet zijn onderbouwd. Stap 2: projectrijpheid Na de rangschikking van stap 1 stelt de gemeente de projectrijpheid van het project vast op basis van de beschikbare documenten in een rangorde van één tot en met zeven: Rangorde: Beschikbare documenten: 1 Er is een privaatrechtelijke overeenkomst, en een onherroepelijke omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit verleend voor de projectlocatie. 2 Er is een privaatrechtelijke overeenkomst, en een onherroepelijk omgevingsplan vastgesteld of onherroepelijke vergunning voor een BOPA verleend voor de projectlocatie. 3 Er is alleen een onherroepelijke omgevingsvergunning verleend voor de projectlocatie. 4 Er is alleen een privaatrechtelijke overeenkomst. 5 Er is alleen een omgevingsplan vastgesteld of vergunning voor een BOPA verleend voor de projectlocatie. 6 Er zijn andere bewijsstukken waardoor een project in aanmerking komt voor prioritering. 7 Er zijn bewijsstukken waardoor een project in aanmerking komt voor transportcapaciteit, zijnde: Een positief principebesluit College- of raadsbesluit met gemeente als initiatiefnemer voor woningbouwontwikkeling. Stap 3: maatschappelijk belang Binnen de op basis van de stappen 1 en 2 gemaakte onderverdeling vindt een onderverdeling plaats op basis van het maatschappelijk belang van het project. Een project wordt hoger gerangschikt als het voldoet aan één of meer van de eisen genoemd onder a t/m c. Bij projecten met een omvang van 13 woningen en meer voldoet de voorgestelde woningbouw programmering aan de volgende betaalbaarheidseisen: het aandeel sociale huurwoningen conform de jaarlijks landelijk vastgestelde koopprijs/huurprijsgrenzen bedraagt minimaal 30%; en het aandeel betaalbare huur en/of koopwoningen conform de jaarlijks landelijk vastgestelde koopprijs/huurprijsgrenzen bedraagt minimaal 40%; Bij projecten met een omvang tussen de 4 en 12 woningen voldoet de voorgestelde woningbouw programmering aan de volgende betaalbaarheidseisen: het aandeel sociale huurwoningen en/of goedkope koop en/of betaalbare huur en/of betaalbare koopwoningen conform de jaarlijks landelijk vastgestelde koopprijs/huurprijsgrenzen bedraagt minimaal 70%; Bij projecten met een omvang tot en met 3 woningen wordt, gelet op het maatwerkkarakter van dergelijke kleinschalige projecten, geen specifieke betaalbaarheidseis gesteld. Deze projecten krijgen een hogere rangschikking indien de voorgestelde woningbouw programmering bijdraagt aan de huisvesting van de wettelijke aandachtsgroepen Bij projecten specifiek bestemd voor de wettelijke aandachtsgroepen. Indien de projectlocatie een transformatielocatie is waarop een onwenselijke activiteit plaatsmaakt danwel een ruimtelijk knelpunt wordt opgelost. Stap 4: datum oplevering Binnen de op basis van de stappen 1 tot en met 3 gemaakte onderverdeling vindt een onderverdeling plaats op basis van de verwachte opleverdatum, waarbij een project hoger wordt gerangschikt als de verwachte oplevering eerder plaatsvindt.

Rechtspraak bij dit artikel