Aanvraag transportcapaciteit
Een volledig projectdossier bevat voor het onderdeel transportcapaciteit ten minste:
a. naam, contactgegevens en rechtsvorm van de gemeente, dan wel naam, contactgegevens en rechtsvorm van de projectontwikkelaar;
b. omschrijving en locatie van het project, onder vermelding van het type bouw (hoogbouw, laagbouw of een combinatie), functie en de geografische begrenzing van het projectgebied (bij voorkeur als polygoon);
c. Alleen in het geval van woningbouw: het verwachte totale aantal woningen;
d. de verwachte elektrische belasting van het project, omvattende:
1. het aantal en de grootte (doorlaatwaarde) van de benodigde aansluitingen, uitgesplitst naar wooneenheden, collectieve voorzieningen en onlosmakelijk verbonden activiteiten;
2. de op planniveau gehanteerde wijze van verwarmen, als meest bepalende factor in de netbelasting;
3. de gewenste datum van de definitieve aansluitingen, uitgesplitst per projectfase en met een maximale loopduur van tien jaar na datum van indiening.
Aanvragen van prioritering volgens het prioriteringskader
Een volledig projectdossier bevat, naast de aanvraag voor transportcapaciteit ook een aanvraag voor prioritering. Overeenkomstig tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026 zijn per subfunctie de volgende bewijsstukken vereist:
Woningbouw – individueel:
1. Bestuursverklaring (zie artikel 9);
2. Afschrift van de omgevingsvergunning, bedoeld in afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet, voor de realisatie van de woning.
a. Als bovenstaande stukken niet beschikbaar zijn kunnen er ook andere bewijsstukken worden aangeleverd.
Woningbouw — projectontwikkelaar:
1. Bestuursverklaring (zie artikel 9);
2. Civiele overeenkomst gemeente–ontwikkelaar (primair) óf omgevingsplan (fallback) of BOPA;
a. Als bovenstaande stukken niet beschikbaar zijn kunnen er ook andere bewijsstukken worden aangeleverd.
3. KvK-uittreksel (max. 1 maand oud);
Woningbouw — collectieve woonvormen:
1. Bestuursverklaring (zie artikel 9);
2. Overeenkomst over collectieve woonvorm (primair) óf omgevingsplan (fallback) of BOPA;
a. Als bovenstaande stukken niet beschikbaar zijn kunnen er ook andere bewijsstukken worden aangeleverd.
3. KvK-uittreksel (max. 1 maand oud);
4. Afschrift van de bestuursovereenkomst (alleen bij opvang zoals bedoeld in de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers)
5. Afschrift van de vergunning, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet toetreding zorgaanbieders (alleen zorg).
Onderwijs — Primair onderwijs:
1. Bestuursverklaring (zie artikel 9);
2. Afschrift Integraal Huisvestingsplan (IHP) of omgevingsplan (door gemeente);
3. KvK-uittreksel (max. 1 maand oud) met SBI 85100, 8520 of 85201;
4. Bewijs registratie erkende instelling (Registratie Instellingen en Opleidingen).
Onderwijs — Voortgezet onderwijs:
1. Bestuursverklaring (zie artikel 9);
2. Afschrift Integraal Huisvestingsplan (IHP) of omgevingsplan (door gemeente);
3. KvK-uittreksel (max. 1 maand oud) met SBI 8531, 85311 of 85312;
4. Bewijs registratie erkende instelling (Registratie Instellingen en Opleidingen).
Verder is van belang:
1. Een verklaring afgegeven door de projectontwikkelaar over de juistheid en volledigheid van de verstrekte gegevens, ondertekend door een bevoegde vertegenwoordiger van de projectontwikkelaar, welke de gemeente vrijwaart voor aansprakelijkheden van onjuiste informatie jegens de netbeheerder;
2. Een verklaring afgegeven door de projectontwikkelaar over dat hij instemt met de op de procedure van toepassing zijnde rechtsbescherming, en dat zij hierbij expliciet akkoord gaat met de vervaltermijnen conform artikel 14;
3. Een verklaring dat het gaat om een inspanningsverplichting van de gemeente tot het aanvragen van prioritering en transportcapaciteit, niet een resultaatsverplichting; en
4. Indien voor het project op grond van de Omgevingswet een instructie als bedoeld in artikel 2.33 van de Omgevingswet is gegeven door gedeputeerde staten van de provincie, dan wel het project valt onder instructieregels van de provinciale omgevingsverordening (artikel 2.22 jo. artikel 2.6 van de Omgevingswet), of voor het project een projectbesluit als bedoeld in artikel 5.44 van de Omgevingswet door de provincie is genomen, dient de aanvrager bij het projectdossier aan te tonen dat het project in overeenstemming is met deze provinciale besluiten dan wel dat de vereiste afstemming met of toestemming van gedeputeerde staten heeft plaatsgevonden.