Venten en standplaats innemen
Het is verboden met goederen van welke aard dan ook te venten of
te colporteren behoudens ontheffing van het college.
Onder venten wordt mede verstaan, goederen in het klein ten
verkoop mee te voeren dan wel afbeeldingen daarvan te tonen met
het kennelijke doel om voor die goederen kopers op de openbare
terreinen te zoeken.
Het is verboden zonder ontheffing van het college op openbare
terreinen een standplaats in te nemen met een voertuig, een
kraam of een tent, ter uitoefening van de straathandel of om
anderszins in de open lucht goederen uit te stallen, aan het
publiek aan te bieden, te verkopen, te verstrekken of te
verhuren dan wel diensten aan te bieden, met uitzondering van
gedrukte stukken als bedoeld in artikel 7 van de Grondwet.
Een ontheffing van het bepaalde in het eerste en derde lid kan
worden geweigerd:
In het belang van de openbare orde;
in het belang van het voorkomen en beperken van
overlast;
in het belang van de verkeersvrijheid of –
veiligheid.
Een ontheffing van het bepaalde in het derde lid kan bovendien
worden geweigerd in het belang van het uiterlijk aanzien van het
gebied en de natuurwaarden.
a. Het verbod in het derde lid geldt niet voorzover in het
daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
rijkswaterstaatwerken of het Provinciaal wegenreglement
Noord-Brabant.
De weigeringsgrond van het vierde lid onder b. geldt
niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt
voorzien door de Wet milieubeheer.
Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is van
toepassing op de aanvragen van een ontheffing voor het innemen
van een standplaats als bedoeld in het derde lid van dit
artikel.