Naar hoofdinhoud

AFDELING V.

Artikel 26

Artikel 26

Onderdeel van Duinverordening Tilburg 2005

Overgangsbepaling Vergunningen en ontheffingen - hoe ook genaamd - verleend krachtens de Algemene Plaatselijke Verordening en/of de Staanplaatsenverordening 1997, blijven - indien en voorzover het gebod of verbod waarop de vergunning of ontheffing betrekking heeft, ook vervat is in deze verordening - van kracht tot de termijn waarvoor zij werden verleend, is verstreken of totdat zij worden ingetrokken. Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens de Algemene Plaatselijke Verordening en/of de Staanplaatsenverordening 1997, blijven - indien en voorzover de bepalingen ingevolge welke deze verplichtingen zijn opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening - van kracht tot de termijn waarvoor zij zijn opgelegd, is verstreken of totdat zij worden ingetrokken. Vergunningen en ontheffingen bedoeld in het eerste lid en verplichtingen bedoeld in het tweede lid, worden geacht vergunningen, ontheffingen en verplichtingen in de zin van deze verordening te zijn. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een vergunning of ontheffing op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening en/of de Staanplaatsenverordening 1997, is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is beslist, wordt daarop de overeenkomstige bepaling van de onderhavige verordening toegepast. In afwijking van het in het eerste lid bepaalde, blijft een vergunning of ontheffing - hoe ook genaamd - van kracht, totdat onherroepelijk is beslist op een aanvraag voor een, krachtens een in deze verordening overeenkomstig opgenomen gebod of verbod vereiste, vergunning of ontheffing, indien deze aanvraag ten minste acht weken voor afloop van de in het eerste lid genoemde termijn bij het bevoegde bestuursorgaan is ingediend. Nadere regels, beleidsregels en aanwijzingsbesluiten, vastgesteld krachtens de Algemeen Plaatselijke Verordening en/of de Staanplaatsenverordening 1997 worden geacht nadere regels, beleidsregels en aanwijzingsbesluiten te zijn in de zin van deze verordening indien en voorzover de rechtsgrond waarop deze zijn gebaseerd ook vervat is in deze verordening.

Rechtspraak bij dit artikel